Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gewoonte onder het Christenvolk om, ter aanduiding van de uitnemendheid hunner belijdenis, te spreken van eenen „armen zondaar" en eenen prijken Christus". Maar al wil ik aan de bedoeling daarvan niets te kort doen, zoo wenscli ik toch omgekeerd ditmaal te spreken van eenen „armen Christus" en eenen „rijken zondaar".

Ga eene zekere verkenning vooraf van het terrein, waarop wij ons zullen bewegen. Van geestelijke of innerlijke en van stoffelijke of lichamelijke armoede sprak ik reeds, als den geheelen mensch betreffende.

"Wat is toch eigenlijk rijk-, wat arm-zijn? Ligt het „rijk-zijn" alleen daarin, dat men vele goederen heeft, uit welker overvloed men leeft? Ik meen, dat het begrip dan al zeer eng genomen is en weinig bespreking behoeft. Op die wijze kan men zich wel laten voorstaan op groote goederen, waarvan men zich een langdurig bezit voorstelt, terwijl men in een oogenblik van alles kan beroofd zijn. Zoo kan men bijvoorbeeld honderd bankbiljetten van duizend gulden netjes naast zich hebben liggen, terwijl één onopgemerkte vonk genoeg is om ze allen in vlammen te doen opgaan en... weg is het bezit van al die waarde. En menig schip, van stapel gegaan en als zeebouwend erkend en rijk bevracht de reede verlatend, om elders de waren te lossen, werd door oorzaken binnen- of buitenboords gestuit in zijne vaart, ja werd uiteengeslagen door de elementen, terwijl men ginds zijne aankomst verbeidde; maar de telegraaf berichtte: „met man en muis vergaan". — Laat mij mogen volstaan met deze enkele heenwijzingen naar de ongestadigheid des rijkdoms.

Zoo ligt ook het eigenlijk „arm zijn" niet daarin,

Sluiten