Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of onthoudt. Aan zulk een eenvoudig kind gelijk, lag ook de Heere Jezus in Bethlehems kribbe.

Vragen wij dus, wTaarin reeds bij Christus' geboorte Zijne armoede bestond, dan hebben wij vanzelve niet het oog te vestigen op hetgeen Hij later doormaakte, toen Hij werkzaam was onder de kinderen Zijns volks, maar acht te geven op het eerste, dadelijke gevolg Zijner vernedering, waaraan Hij door Zijn gekomen-zijn-in-vleesch onderworpen was. Zijne geboorte vond over het geheel niet de rechte belangstelling; zij werd veeleer voorbijgezien en veracht; ook stond Hij aanstonds bloot aan de vervolging dergenen, die Hem zochten omtebrengen.

Dit nu noemde ik wel „arm geworden zijn" om onzentwil, daar Hij rijk was als eeuwige Zoon des eeuwigen Vaders: dat Hij, naar Goddelijken raad, onderworpen werd aan allerlei levensomstandigheden op aarde, zooals aan nood en vervolging; dat Hij ingeschreven werd in de registers der in het vlek Bethlehem geborenen, dat Hij leven moest onder de Romeinsche regeering, zonder eenigen voorrang te hebben onder de inwoners des lands; verstoken van gewone verzorging in de herberg, waar Hij, in plaats van zorgvuldige opname te verkrijgen, een voorwerp veeleer van geringschatting zal geweest zijn bij die allen, die hoog van zichzelven denken. Waarlijk, het bestraffende oordeel der moeder van Samuel vond ook hier zijne plaats: „Maakt het niet te veel, dat gij hoog, hoog zoudt spreken, dat iets hards uit uwTen mond zou gaan: want de Heere is een God der wetenschappen, en Zijne daden zijn recht gedaan." (1 Sam. 2 vs. 3.)

Ten achtsten dage is Hij door de besnijdenis, naar

Sluiten