Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wet van Mozes, in het verbond opgenomen, dat een volk van zondaren omvat; en Zijne wegvoering naar Egypte was opnieuw een getuigenis, dat Hem alle bescherming ontbrak van den kant der Joden, dergenen, die den jonggeboren Koning der Joden duchtten. — Alleen Herodes' dood opende Hem het land Zijner geboorte weder. Maar daarna, al rustte Gods goede Hand op Hem, was toch Zijne woning in Nazareth Hem noch luister, noch rijkdom, noch aanzien gevende onder de menschen. Integendeel kwam over Hem die spreekwoordelijke minachting, die zich aldus uitte: „Kan uit Nazareth iets goeds zijn ?" (Joh. 1 vs. 47.) Waarlijk, Hij was daar wel in den weg der vernedering; Hij was wel arm, geestelijk en lichamelijk, in de oogen Zijner tijdgenooten.

Wij zien Hem daarin reeds hier voldoenend aan de gehoorzaamheid jegens den Vader, als Dengene, Die, komende in de wereld, gesproken heeft: „Slachtoffer en offeranden hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid." (Hebr. 10 vs. 5.) Dat ging toch niet anders dan door Zijne diepe vernedering henen, met de armen arm zijnde in alles, als hunner één, en opdat Hij Drager zou zijn van hunne lasten. Want, gaan wij Zijn eerste optreden onder Israël na, hoe zien wij dan Zijn Zich-ontledidigen van alle uitnemendheid in des menschen oogen, toen Hij Zich doopen liet door Johannes in het water der Jordaan, waarin Jood en Heiden, al het volk zich liet doopen, belijdende hunne misdaden. En verhieven zich de Farizeeën ook al boven de Hem betamende zelfverloochening, Hij gaf Zich gewillig over, vervullende alle gerechtigheid.

Zoo ook vinden wij Hem hongerende in de woe-

Sluiten