Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was echter de eeuwige heerlijkheid der Zijnen tot loon gesteld voor Zijne vernedering in het vleesch, en al wat Hij leed was materiaal voor den laatsten strijd aan het kruis, om daarin de zege voor de Zijnen te behalen.

Dat is een voor ons verstand onmogelijk nategaan lijden, waarin Hij, de Drager van Gods toorn over de zonde, van allen verlaten werd. Ja, onder de moordenaars is Hij geteld geweest, is als een overtreder en vervloekte met hen gelijkgesteld, aan het kruis geslagen ten aanschouwe van al het volk. Daar hing Hij aan het schandhout met hen, als waren zij Hem gelijk, als waren die twee, ter rechter- en ter linkerzijde, Zijne eenige waardige lotgenooten. Daar hing dan aan het kruis die Geborene te Bethlehem, Die te Nazareth was opgevoed, van Wien men zeide: „Is deze niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen?" en Die gezegd had: „Ik ben uit den hemel nedergedaald." (Joh. () vs. 42.) En waar Hij dan zóó, als het Lam ter slachting, in de duisternis roept tot den Vader der lichten en der heerlijkheid, — zegt mij, is dat dan niet arm-geworden-zijn in den meest volstrekten, voldoend vernederenden zin ? Als Hij, een schouw•spel geworden voor de wereld, van allen troost der Goddelijke gemeenschap is verstoken ?

Zóó toch bestond Hij, om het eeuwige recht te verwerven, in de ure der worsteling met den laatsten vijand, die te niet gedaan wordt (den dood), den Goddelijken kamp tegen de zonde; den kamp, die aan eenen dergenen, die met Hem gekruisigd waren, den vollen rijkdom schonk van het eeuwige Paradijs. Dat deed Hij, Die, (alzoo men meende) de zoon des

Sluiten