Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mende zeeën, gij zoudt zien dat het straks als een wrak, door niemand beheerd, ronddreef. Wie, wat waarborgt daartegen? Er is een Jona noodig, die instaat voor het behoud van het geheel en van de deelen, van allen aan boord. Wie behoudt de Gemeente? Meer dan Jona is hier, namelijk Hij, Die, toen Hij in 't schip was op de zee van Gallilea, sliep en opgewekt zijnde, den wind bestrafte met Zijn: „Zwijg, wees stil", en Die den wind doet liggen en groote stilte brengt. (Mark. 4 vs. 38, 39.) — Hij liet voor haar het leven, zoodat, als men Hem uitgeworpen had, de groote zee stilstond van hare verbolgenheid. Nu, het schip, de Gemeente des Heeren, ligt rotsvast, al wordt zij ook van allen kant bedreigd. Het geloof van Christus maakt het anker uit, waardoor wij zeker zijn, dat het schommelend vaartuig niet wordt weggeslagen door de dreigende hooge zeeën, die van het beloofde land nog scheiden.

Of wilt gij liever vaster terrein voor het beeld uwer aanschouwing; eene andere vergelijking door nader bericht van het vasteland? Welaan, zie den man Job en hoor hem zeggen op de puinhoopen van zijn zonnig verleden: „Heeft niet de mensch eenen strijd op aarde, en zijn zijne dagen niet als de dagen des daglooners?" (Job 7 vs. 1.) Maar hij mocht betuigen: „Ik weet, mijn Verlosser leeft en Hij zal de Laatste over het stof opstaan" (Job 19 vs. 25); hij kon het niet zwijgen, omdat hij in Christus geloofde. En leest nu, wat hij als de hoogste wijsheid voor menschen achtte, in de laatste periode zijner verdediging, alles stellende in Gods hand; hij, wien God van een rijke tot een arme, en van een arme weder tot een rijke maakte: — „Zie, de vreeze des

Sluiten