Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het met alle verwachting van onszelven uit is. Het is wel eene goede belijdenis als men Hem den „rijken Christus" noemt; want u, die gelooft, is Hij dierbaar. (1 Petr. 1 vs. 7.) Hij maakt alléén rijk, en des armen rijkdom is Hij. Maar die rijke Christus moet ook de ons-rijk-makende Christus zijn. Dan zijn w ij ter dege arm, of laat ons zeggen: arm van geest; als die het noodigste missen, en zonder Hem niet rijk of zalig worden. Dan zien wij, waarin onze armoede bestaat en waarin zij uitkomt. Al wat wij daar verloren hebben, heeft Hij herwonnen door Zijne onuitsprekelijke genade. En het arm-zijn betreft daar gemis, niet slechts op stoffelijk maar ook op geestelijk gebied. Er is van ons niets te verwachten, dat eenigen grond van welvaren insluit. Toch zijn Gods inzettingen en rechten er getuigen van, dat Hij armen gedenkt. Naar Zijne belofte is er de vervulling van nooden door Hem, Die in persoon is opgetreden als de zichtbare vertegenwoordiger allereerst van onze hulpeloosheid. God wil niet, dat wij ons daarboven verheven wanen. Hij wil, dat wij onze hulpeloosheid bekennen. Waarom geeft Hij ons kruis? Opdat wij onzen toestand van heden voor Hem leeren kennen tegenover den ongedeerden levensstand van weleer. Daarom worden wij op geestelijk gebied door Zijne wet onderwezen; door de rechten Zijner wet onszelven persoonlijk openbaar, onszelt bekend gemaakt. Hij, dien God leert, doet eene reeks van ervaringen op, die hij niet missen kan, om de verlossing en zaligheid in Christus te verstaan. Zóó komen wij er toe, ons betrouwen op niemand of niets te stellen dan op des Vaders Gezondene, op Irnmanuel (Jes. 7 vs. 14) of „God met ons"; immers opdat

Sluiten