Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze Hem. Wilt gij, als stond dat aan u, de beschamende leemten bedekken? Weet, tegenover Gods volheid van genade in den „Armgewordene om on„zentwil" past het niet, zich waardig te maken voor Zijne weldaad. Maar wèl doet hij, die zich voor Hem verootmoedigt. De vrucht daarvan volgt uit dat geloof, dat rust in dat van des menschen Zoon, van den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs. (Hebr. 12 vs. 2.) Dat verklaart den rijkdom dier genade, die ons doet volharden. Want ons geloof staat op zichzelf op te lossen grond, om iets daarvan te verwachten. Maar Hij kwam onder ons, en Zijn geloof in den Vader verwierf ons den onverwelkelijken schat. Zij, die zich arm voor God bekennen, ontvangen alles uit het Zijne, en gelooven, omdat Hij er voor instaat. Wie den Heere aanhangt is één geest met Hem. (1 Cor. 0 vs. 17.) Daar is een schat, die niet afneemt, in de hemelen; daar de dief niet bij komt, welken de mot niet verderft. (Luk. 12 vs. 33.) En Hij schenkt ons het leven en de vrucht daarvan, omdat in Christus het leven is en alles wat des levens is.

Veroorlooft mij nog een woord tot rijken en armen, zooals men die op maatschappelijk gebied pleegt te onderscheiden. Zij ontmoeten elkander; de Heere heeft hen allen gemaakt. (Spr. 22 vs. 2.) Leest eens wat de Prediker zegt: „Er was eene kleine stad, en weinige lieden waren daarin, en een groot Koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze en bouwde groote vastigheden tegen haar. En men vond daar een armen, wijzen man, die de stad verloste door zijne wijsheid; maar geen mensch gedacht denzelven armen man. Toen zeide ik: Wijsheid is beter

Sluiten