Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kracht, hoewel de wijsheid des armen veracht, en zijne woorden niet waren gehoord geweest". (Pred. 9 vs. 14, 15, 1G.)

Gaan wij de wereld na, waartoe wij behooren. Velen beweren de meest vrije beschikking te hebben over hun deel; ja, dat zij het zijn om wie alles zich beweegt. Er is een tijd voor verantwoording van alles. Maar hun klok gaat altoos achter, zij hebben den tijd nog aan zich, en zij hebben het gaarne alzoo. Gij rijken! waarin bestaat uw rijkdom? Wat hebt gij? Gij zegt: „vele goederen". Ja; maar wat hebt gij bij het einde uws levens? Uwe bezitting moge nog zoo uitgebreid zijn, de aardbodem zal u zijn vermogen niet kunnen geven. (Gen. 4 vs. 12.) Al uw roem van iets te zijn zal verdwijnen tegenover den schat van den eenvoudigen arme, die in Christus geloofd heeft. Is niet Christus u als een arme ten leven vóór God geworden, dan is gewis die eenvoudige gelukkiger, die den strijd om het doorkomen hierbeneden heeft te strijden en die dan strijdt onder den scepter des Konings, onder den goeden Herder Zijner schapen.

Verplaatsen wij ons nu ook op dat terrein, waar de behoeften dezes levens, het gebrek zich voordoen. Wat wordt gehoord? Klacht op klacht. Men jammert over allerlei nood, ongelijke verdeeling van goederen. Is er reden? Welke zijn de omstandigheden? Wat is de verwachting? En wat zegt de consciëntie bij al dat vermelden van den zwaren weg, die reeds achter ligt? Is Christus nü noodig? Hoe staat het met het vragen naar God bij alle onwaardigheid? Er volgt een zwijgen.

Maar zijn er dan toch niet zulken onder, die ge-

Sluiten