Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook uwo hand, Bewaarder dor Kerk en die uwer vrouw kunnen hier goed of kwaad doen naar de wijze waarop gij uwe taak vervult. Als wij ons veilig hier durven nederzetten, alles op tijd gereed vinden en onze godsdienstoefe; 1 ngen haar geregeld verloop kunnen vinden, dan kan en zal dit geschieden, doordat gij op tijd en naar den daarvoor gestelden eiseh uw plicht vervult. En als ik naga hoe ijverig gij beiden hebt medegewerkt om de door mij bewoonde pastorie nog voor onze komst daarin schoon te maken en vooral let op de keurige wijze waarop dit geschiedde, dan dank ik niet alleen Ileeren Kerkvoogden, die U daartoe de oixlraeht gaven, maar vertrouw ik bovendien dat gij het uwer eer te na gekomen zoudt achten indien niet na elke godsdienstoefening . allen die hier komen met gelijke waardeering voor uwe wijze van plichtsvervulling bezield waren.

Met allen die ik tot heden toesprak is er een nauwere band. die ons aan elkander bindt, die van de ons ambtshalve opgelegde samenwerking aan den bloei der gemeente.

Behalve dezen band, is er echter een ruimere, die ons als staatsburgers bindt aan allen met wie wij vormen de burgerlijke gemeente, die eenvoudige maar belangrijke en invloedrijke schakel in ons Staatsverband. Van groote beteekenis voor haren wederkeerigen bloei is dat de burgerlijke en de kerkelijke gemeenten, overigens elk blijvende op haar eigen terrein — ik zeg dit in overdrach-telijken zin — met elkander samenwerken, llee'ds daarom is het zoo verstandig en gelukkig indien de personen die in hunne waardigheid en in hunne persoonlijkheid de vertegenwoordigers dier beide invloedrijke organisaties zijn op een voet van onderlinge waardcering en hoogachting met elkander kunnen vorkeeren. En als deze correcte officiëele verhouding in den omgang wordt tot eene aangename verstandhouding die aan den bloei en den zoowel stoffelijken als geestelijken vooruitgang der beide organisaties ten goede komt, als de rijpe ervaring van het hoofd der burgerlijke gemeente zegenrijk mag werken op het werk van den predikant en anderzijds het gevoel van roeping en toewijding dat het werk van den predikant moet en kan bezielen, teruggevonden wordt in het werk dat een gemeentebestuur reeds krachtens de wet heeft te verrichten, dan leven beide organisaties wel op den voet der schei-

Sluiten