Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. Ploss in zijn bock over het kind i, nadat hij eerst hen bestreden heeft, die de besnijdenis als een voorbehoedmiddel tegen ziekten verklaren, schrijft verder liet volgende: „Dagegen schwebte, wie icli glaube, denjenigen, welche die Besehneidung im \ olke der Helmier einführten, die Idee vor, dass die Circumcision den Coitus erfolgreicher fiir die Befruchtung mache".

In het Archiv fiir die Geschichte der Medizin und medizinischen Geographie- licht Ploss deze zijne opvatting nader toe. Hij beschouwt daar het uitgangspunt van Israël als het algemeene en tracht zelfs aan te toonen, dat het gebruik zeer rationeel en hygiënisch is. „Zweck und Absicht der Operation ist die Natur zu corrigieren und an den Sexualorganen einen Zustand herbeizuführen, welchen man fiir einen hoi malen halt. Man will die Phimose beseitigen, deun man hult den mit einer solchen behafteten Menschen fiir minder zeugungsfahig".

Rk'Hakd Andkee is 't hiermede eens. „Fiir die grosse Mehrzalil der Völker", schrijft hij3, „ist die von Pi.oss entwickelte Theorie als die richtige und massgebende anzuerkennen, welche als Zweck der Besehneidung die Yorbereitung auf die sexuellen Funktioncn angiebt".

A. \\ ii.kkn 4 bevestigt deze physische verklaring zoo veel mogelijk met berichten en feiten, aan de volken van den Oostindischen archipel ontleend. „Bij de Amboneezen", zoo schreef, gelijk hij herinnert, oudtijds reeds Vai.knti.tn, „geschiedt de besnijdenis tegen zeker ongemak, bij de geneed kundigen de capistratie of pliimosis genoemd, dat is de spanning der voorhuid waarmede de Amboneezen zeer gekweld zijn, en die de voortteling eenigszins nadeelig is. De handeling heeft dus bepaaldelijk plaats met het doel, den jongeling geschikt voor den coïtus te maken en hem eene talrijke nakomelingschap te verzekeren" ... Van de Niassers deelt Wii,ken mede: „zij gelooven dat zonder besnijdenis geen vruchtbare coïtus mogelijk is". Volgens Gkaaflani» heeft

1) Kus Kind in Braueh mul Hitte der Volker 2te Ausg. I. 345.

-') Th. VIII, Heft 3. :i) T. a. |>. S. 211.

4) T. a. ii. hlz. 52 vv.

Sluiten