Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieve en oude volken, die zulk een scheiding niet kennen. Immers zij schrijven wetten en gebruiken gaarne aan de godheid toe. De besnijdenis werd eene godsdienstige handeling, omdat ze als door de godheid bevolen beschouwd en door priesters verricht werd, waarbij velen zich wel of niet bewust waren, dat er één bepaald doel, dat der voortplanting, mede bereikt moest worden. Wel verre van het een tegenover het ander te stellen, bad juist de overtuiging, dat men iets voortreffelijks volbracht, ten gevolge, dat men de goden offerde en dankte voor den zegen, die uit de instelling voortvloeide.

Dat niet gezondheid of reinheid, maar bevordering der vruchtbaarheid als eerste en voornaamste doel van de besnijdenis mag worden aangemerkt, laat zieh met hooge waarschijnlijkheid afleiden uit al hetgeen daarover bij de volken, die zich besneden of besnijden, nog voorkomt. Wat niet wegneemt, dat op grond van liet boven aangevoerde, de ritus bij velen tevens een godsdienstig karakter gekregen heeft, gelijk ook wel hier en daar de gedachte aan eene reiniging er bij gekomen is. Vooral bij Amerikaansche volken stond nog al sterk het begrip van offer op den voorgrond, zonder dat daarom ook bij hen dit het oorspronkelijke motief is en er de eigenlijke beteekenis aan geeft. Want ik ben het niet eens met André ', als hij schrijft: „Voor de hier bedoelde Amerikaansche volken schijnt mij zeker te zijn, dat de offergedachte de oorzaak van de invoering der besnijdenis was. Immers," gaat hij voort, „was in Amerika hetzelfde hoofdmotief als bij de meeste volken voorhanden geweest, t.w. de vruchtbaannakende voorbereiding tot het verwekken van kinderen, dan zou het gebruik in dat werelddeel veel verder verbreid zijn geworden, liet komt echter slechts sporadisch voor, en waar het voorkomt, is bet met bloedoffers en andere godsdienstige handelingen verbonden." Doch het eerste argument zou alleen dan iets bewijzen, als het vaststond of door alle volken als vaststaande werd aangemerkt, dat de besnijdenis inderdaad een goede maatregel ter bevordering der vruchtbaarheid is. Daar dit evenwel geenszins boven allen twijfel ver-

1 T.u.p. 8. 208.

Sluiten