Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvatting volgens Philo l, als deze opmerkt: „Men zegt dat ten gevolge van de besnijdenis liet zaad rechtstreeks uitgeworpen wordt, zonder zich te verspreiden en zonder door de sinus van liet praeputium terug te vloeien; van daar dat de besneden volken wegens hunne vruchtbaarheid beroemd zijn".

Een ander verhaal betreffende de instelling der besnijdenis bij Israël vinden wij Joz. 5

Het bestaat uit twee bestanddeelen: een ouder 2 en een jonger^ bericht, of wil men liever: een ouder bericht met een jonger additament 4. Het oudere bericht is vóór-exilisch; het leert ons de sage kennen, volgens welke de besnijdenis was ingevoerd door Jozua, nadat de Israëlieten in Kanaan gekomen waren en dit in bezit genomen hadden. Het leert ons ook, dat oorspronkelijk geen kinderen besneden werden, maar jonge mannen. Verder leert het ons nog, implicite ten minste, iets omtrent het doel der besnijdenis.

Het oude verhaal luidt aldus: „Te dien tijde zeide Jahve tut Jozua: maak u steenen messen en besnijd de Israëlieten. Toen maakte Jozua zich steenen messen, en besneed de Israëlieten op den heuvel der voorhuiden. Nadat de besnijdenis van het geheele volk afgeloopen was, bleven zij op hunne plaatsen in het leger, totdat zij genezen waren. En Jahve zeide tot Jozua: heden heb ik den smaad der Egyptenaren van u afgewenteld. Vandaar heet de plaats Gilgal (wenteling, afwenteling) tot op dezen dag".

Het bezwaar tegen dit bericht lag op later standpunt voor de hand. Werden, vroeg men, alle volwassen Israëlieten eerst in Kanaan door Jozua besneden? Maar waren dan liet aan Abraham gegeven voorschrift en het door Mozes gegeven bevel nooit nageleefd? Waren de kleine kinderen der Israëlieten noch in Gosen noch op de reis naar Kanaan besneden geworden?.... Ja wel, zei iemand, maar vrij gedachteloos, ze

1) De cireumcisione 1. 1.

'2) Juz. 5 2. s. 8, ». 3) Joz. 5 4—7.

4) Zie Hollenuërü, ThStKr. 1*74, S. 493 f.; Stade ZAW VI, 133—143.

Leidsche Vertaling des O.T. I, 4S7.

Sluiten