Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hebben de Israëlieten liet aan cle Egyptenaars ontleend, dezen hadden het waarschijnlijk van de Afrikanen. Van daar dat de ritus, zooals wij hem in zijn primitiefsten staat Joz. 5 vinden, een nog zeer Afrikaansch karakter draagt.

\ ooi al de Oost-afrikanen, als het dichtst bij, komen hier in aanmerking. Ook zij besnijden nog volwassenen ', en wel, evenals de Benjaminietische jeugd tc Gilgal, gemeenschappelijk. Verder worden bij hen de voorhuiden begraven.2 Dat ditzelfde voorheen bij Israël geschiedde, blijkt uit den naam „heuvel der voorhuiden"3; 't sacramentale karakter, dat de plechtigheid bij de Afrikanen draagt, komt ook in het gemeenschappelijk vereenigen van Israël op eene heilige hoogte uit.

()f nu werkelijk de besnijdenis in dien tijd zoo ingevoerd is als dat in het boek .Jozua beschreven staat, is eene andere vraag, 't Kan zijn, dat het gebruik later in den naam Jozua geconcentreerd en daardoor als het ware gesanctioneerd is. Maar niet twijfelachtig is natuurlijk, dat lang, vele eeuwen lang, op heilige plaatsen als Gilgal volwassen Israëlieten besneden zijn, ten ge\ olge waarvan zij geschikt voor het huwelijk en vermoedelijk ook voor den krijgsdienst geacht werden.

Hoe en wanneer zich allengs uit die besnijdenis der volwassenen de besnijdenis der pasgeborenen ontwikkeld heeft, is ons onbekend. Ook eene derde bladzijde des O.T., die over den ritus handelt, leert ons hieromtrent niets, maar daarentegen wel iets anders, dat voor de kennis van zijne bedoeling of althans van een zijner effecten beteekenis heeft.

Ik denk hier aan de passage Exod. 4 -'4—20, een zeer duistere tekst, „a puzzle to the expositors older and more recent", gelijk Henry Pkesekved Smidt het uitdrukt4. Zelfs over hetgeen de schrijver er eigenlijk mee wil en over wat de plaats beteekende in de traditie, waaraan ze ontleend werd

1) Ploss, Das Kind I, 3<>2: „Bei den Wukikuya werden die Jünglinge von 16— 17 Jahren utn gieiclien Tage beaehnitten".

2) Ploss t. u. ]>. „Die abgesehnitte Vorhaut wird vor jedeni in der Erde beKruben".

3) Joz. 5 :t.

41 JBL XXV (1906) j>. 14.

Sluiten