Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijke opmerking — het grootste deel mijns levens aan de studie des O. T. wijdde en mij het voorrecht besehoren was, bijna 30 jaren lang de oudtestamentische vakken aan de Amstei damsche Universiteit te doceeren. Hierbij komt, dat het woord critiek voor mij in de beoefening dezer wetenschap geen ledige klank was; niet iets, dat ik ter wille des geloofs of der kerkleer zooveel mogelijk liet rusten, maar iets, dat ik con amore zocht en als een noodzakelijk element van het vak op den voorgrond stelde. Ik volgde daarin — dies was ik mij bewust — de wenschen en de wenken der nieuwtestamentische Schrijvers, door de latere Kerk maar al te zeer verwaarloosd. Ik volgde daarin ook van harte Spinoza, wiens geestverwant ik mij voel in het zoeken naar waarheid op bijbelsch gebied.

Niet dat ik alles beaam wat hij over de oud-israëlitische geschriften, hunne verklaring en de daarmee samenhangende inleidingsvragen geschreven heeft. Spinoza was geen uitzondering op het nootlottige maar noodwendige errare humanum. Hij heeft dikwijls gedwaald; maar de richting, die hij wees, en de beginselen, waarvan hij uitging, waren de juiste. Zelfs moet ik op een enkel punt zijne bedoeling in bescherming nemen tegenover Siec.fried, die hem overigens, gelijk te verwachten was, hoog stelde. Zoo schrijft Spinoza ergens1: „Ik kan gemakkelijk aantoonen, dat mijne methode van Schrift verklaren de beste is''. Die methode bestaat namelijk volgens den wijsgeer zeiven daarin, dat het Lumen Naturale, m. a. w. de gewone menschelijke rede, liet gezond verstand, in dezen de beslissing heeft, en niet eenig bovennatuurlijk licht noch eenig uitwendig gezag — „non ullum supra naturam lumen neque ulla externa auctoritas" Deze woorden zijn gericht tegen degenen, die zeiden en zeggen, dat het verstand der mensehen te zeer door de zonde verduisterd is om zonder bovennatuurlijke hulp de bedoeling der II. S. te vatten; en tegen hen, die meenen, dat alleen geestelijken of buitengewone geloovigen, in het bezit van het lumen supranaturale, bevoegd moeten geacht worden haar uit te leggen. Ze zijn ook gericht tegen wat men in onzen tijd de science occulte

1) Opera, eU. Van Vloten en Land. I, 479.

2) Ib. p. 480.

Sluiten