Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logen (les Heeren 1; een boek over de stations op de reis door de woestijn 2; een boek des verbonds 3; een tweede boek des verbonds, later door Jozua vermeerderd uitgegeven4; en een lied5: „canticum, quod futura saecula potissmum respicit", I)t. -53.

Ik kan niet zeggen, dat. wat hij omtrent deze reliquiae Mosaicae schrijft, zeer overtuigend is. De lijst wordt meer door hem opgemaakt dan gemotiveerd. Om iets te noemen: bij het boek van de oorlogen des Heeren ziet hij voorbij, dat de daarin bedoelde oorlogen met de Kanaanieten en Filistijnen gevoerd zijn ter verovering des lands; oorlogen, die Mozes niet medegemaakt heeft, en dat ze eerst kunnen opgeteekend zijn, toen ze afgeloopen waren, d. i. na David.

Als hij deze Mozaïsche stukken gered en geclassificeerd heeft, wordt hij echter zelf sceptisch omtrent de meeste. Dit is merkwaardig en vreemd. Mozaïsch? „Nu ja", zegt hij, „van al die boeken wordt eigenlijk alleen omtrent het tweede bondsboek, de grondslag van Deuteronomium, en het lied van Mozes, opzettelijk opteekening en bewaring vermeld"". Doch de twijfel bereikt het toppunt, als reeds op de volgende bladzijde7 de verklaring te vinden is, dat niets ons noopt, dit aan te nemen: „nee ipsa ratio nos cogit hoe statuere .

„Het is heel wel mogelijk", zegt hij, „dat de Senaat — hij denkt zeker aan den raad der oudstens — „de voorschriften van Mozes aan het volk heeft medegedeeld en opgeteekend, „quae postea Historicus collegit".

Een later geschiedschrijver.

Wie is die geschiedschrijver, aan wien wij den Pentateuch volgens Spinoza ten slotte danken, zij het ook in een voorloopigen, nog onvoltooiden vorm. Spinoza denkt aan Kzra (± 444 v. O.), den man, die volgens de latere overlevering de wet bracht", die met de wet uit Babylonië naar Judea kwam in den tijd van Artaxerxes I. Deze is het, zegt hij, die de aartsvaderlijke en mozaische tijden beschreven, de wetten opgeteekend, ja ook de historie der richteren en koningen op schrift gebracht heeft. Van Genesis at tot en met '2 Koningen

1) Nam. 2112. 2) Nam. 332. 3) Ex. 244, 7. 4) Deut. 3t 9; Josna 2425 v.

5) Spinoza 1, 486. 6) Sr. I, 486. 7) I, 487. 8) Num. 1116. 9) Neh. 8 l-is.

Sluiten