Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat liet O. T. betreft, is, gelijk ik reeds deed uitkomen, zijne Pentateuchcritiek het uitvoerigst en grondigst. Daarmee heeft hij ook den grootsten naam als bijbelcriticus gemaakt. Niet alleen om het toen ongehoorde zijner stellingen, die velen godslasterlijk in de ooren klonken, maar ook om het degelijke der argumenten, waarmede hij den kerkelijken, die hem verfoeiden, maar toch wederleggen moesten, handen vol werk heeft gegeven.

In zijne Pentateuchcritiek maakte hij echter éénc fout. Hem is namelijk iets ontgaan, ten gevolge waarvan hij den rechten blik op de vijf boeken niet kreeg. Ik bedoel de phvsionomie der oorkonden, waaruit dit groot geheel is samengesteld. Wij herkennen ze thans aan de taal, aan den stijl, aan den inhoud. Reeds de Godsnamen verschillen in de oudste oorkonden: de Jahvist en de Elohist, die daarnaar heeten. Verder heeft men de deuteronomische en de zoogenaamde priesterlijke boeken leeren onderscheiden op grond van dergelijke verschillen. De eer dezer belangrijke en scherpzinnige ontdekking komt toe aan Jean Astruc, die in 1753 haar publiceerde in zijn époque-makend boek: „Conjectures sur les mémoires originaux dont il paroit que Moise s'est servi pour composer le livre de Genese." Het is ongeveer eene eeuw jonger dan Spixoza's Tractatus, die in 16(55 het licht had gezien. In die honderd jaar heeft men den criticus fel bestreden, maar niet veel nieuws toegevoegd aan hetgeen hij beweerd had. Vooral de Mozaïsche oorsprong van den Pentateuch, dien de wijsgeer zoo krachtig weerlegd had, werd met alle macht verdedigd. In de Kerk beriep men zich o.a. op Christus en de Apostelen, die den Mozaïschen oorsprong nooit betwijfeld en dus met hun gezag gesteund hadden. Als Christus verzekert: „Mozes heeft geleerd: eert uw vaderen uw moeder"; als Johannes schrijft: „de wet is door Mozes gegeven", komt het dan te pas de boeken, waarin dat staat, onmozaïsch te noemen? zoo vroeg men. Carfzovius, 1 een steunpilaar der Luthersche orthodoxie in de eerste helft der 1<S,1° eeuw, noemt den schrijver van den Tractatus, die zulks gewaagd had, in

1) Zie Siegfried S. 25.

Sluiten