Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Muze ! bezing mij het feit, dat ons allen in vriend'lijke vreugde Hier in de zaal nu vereent, in de heldere schitt'ring der lichten; 't Feit, waarvan, dagen tevoor, mij 't vooruitzicht reeds onkel

verheugde,

Mij niet alleen, maar ook d' Ooms en de Tantes, de neven

en nichten.

Muze ! bezing mij het feit, waarop w' allen tezamen de brooge Sjehechèjonoe in koor moesten zeggen, met feest'lijke klanken; Allen, die hier zijn bijeen, groot en klein, dus: de heelemisjpooche, Als w' uit het diepst van ons hart toch zoo gaarn' onzen God

willen danken.

Muze ! bezing mij het feit, dat ons allen tezamen vereenigt Hier in het gastvrije huis; dat ook menige snijdende smarte Zachtkens, met streelende hand, in de treurende ziele mij lenigt, Smart, die met priemende pijn eens mij sneed in het treurende harte.

Muze ! bezing mij het feit, waarvan hier ik nu wil gaan verhalen, Juichend en jub'lend van toon, juichend luide met vroolijke

zangen;

Gaarne beg'leidd' ik mijn lied met triangels, met pauken, cimbalen, Kon ik dan toch nog Uw gunst bij die zware geluiden erlangen.

Hoort mij nu toe naar mijn zang, gij, die kwaamt om in 't huis

hier te wezen,

Grootma, Mama en gij, Ooms en gij, Tantes en neven en nichten; Gasten, die hier zijt vereend, hoort goed toe! ik vang aan nu

te lezen,

W at ik geschreven hier heb; wilt Uw aandacht nu goed

daarop richten.

Sluiten