Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenveel beslistheid verklaar ik in dit gewichtig oogenblik, nu ik op het punt sta weder eene nieuwe zending te gaan aanvaarden, dat ik steeds zal blijven luisteren, zal blijven handelen naar die stem, die ik thans weder met mijn geestesoor meen op te vangen.

Zietdaar, Br. en Z. in den geloove, U oprecht geopenbaard de wijze, waarop ik denk te vervullen de hoogstvereerende taak, door het Bestuur dezer eerbiedwaardige gemeente mij toevertrouwd. Zietdaar U zoo wijd mogelijk opengelegd mijn hart, op welks tafelen diep gegrift staat aan de eene zijde: krachtige handhaving van ons voorvaderlijk geloof, van onzen voorvaderlijken godsdienst en aan de andere zijde: warme belangstelling voor den vooruitgang en den bloei, lichamelijk en geestelijk, maatschappelijk en godsdienstig, van deze gemeente. Zult Gij op die grondslagen een verbond van vriendschap en trouw met mij kunnen, met mij willen sluiten? Zal er op die grondslagen een plaatsje voor mij te vinden zijn in Uw hart, in het hart van grooten en kleinen, in het hart van ouders en kinderen?

Gelooft mij, ik vraag die vriendschap, die trouwe niet voor mij, noch voor mijn vaders huis; maar ik vraag die omdat ik de onwrikbare overtuiging in mij ronddraag, dat alleen dan de onmisbare zegen Gods kan rusten op ons streven, op ons werken, wanneer wij hand in hand, als trouwe en oprechte vrienden, samengaan op den nieuwen levensweg in deze gemeente, waarop wij heden gezamenlijk den eersten stap zetten. En wanneer, wat thans hier gebeurt, mij herinnert aan een gewichtig feit in Israëls verleden, toen de tabernakel, de woning Gods te midden van Israël was opgericht, dan mag ik ook tot de mijne maken de innige bede, door den grooten Mozes bij die gelegenheid geuit: maïs ir*v nc?yoi wSy nj:is i:'T ntsyoi irSy ïrn^s ny: »m „O! moge de liefelijkheid van den Heer onzen God op ons

Sluiten