Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„rusten, dan slagen wij in het werk onzer handen; ja, het

„werk onzer handen slaagt alleen door Hem". Amen.

*

* *

M. G. Ik mag deze plaats niet verlaten, zonder nog even een beroep te hebben gedaan op Uwe langgespannen, hooggewaardeerde aandacht voor het vervullen van een duren, maar aangenamen plicht. Ik mag niet van hier gaan zonder een woord van hartelijken dank te hebben gezegd aan allen, zonder onderscheid van rang of stand, die door hunne tegenwoordigheid hier een hooggewaardeerd bewijs van belangstelling hebben gegeven in onzen godsdienst, in onze gemeente, in mij zelf; inzonderheid aan mijne geestelijke moeder C"n yy, die ongetwijfeld heden mede feestviert met haren dankbaren voedsterling. Maar ik mag vooral niet zwijgen op de welwillende, vleiende, hoogstvereerende woorden van vriendschap en waardeering daar straks van de plaats, waar ik thans nog sta, door Jonathan gesproken betreffende en tot Uwen David. Ja, Jonathan en David, zietdaar de verhouding, waarin wij onafgebroken hebben gestaan, niet eerst van den dag, waarop wij te zamen zijn gaan arbeiden in den wijngaard des Heeren, maar reeds van toen wij te zamen door dezelfde Alma Mater, die thans weder hoogtijd viert, werden gekweekt en gevoed om eenmaal dien wijngaard te kunnen bebouwen en beplanten, te kannen bewaken en beschermen. En wanneer Gij, Jonathan, thans afscheid neemt van dezen wijngaard, waarin ook Gij tijdelijk hebt gearbeid, en Gij laat dien geheel aan mij, Uwen David, ter verdere bearbeiding over, dan neemt Gij, niet waar, immers niet ook afscheid van Uwen Vriend, dan blijft immers de vriendschapsband, die de gemeente in de hoofdstad aan de gemeente in de residentiestad bindt, ook nog ons, hare geestelijke leiders omstrengelen, tot het waarachtig heil

Sluiten