Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaarbaar, dat de Joden uit de christenheid gaarne naar Ziou terug willen en zich in Turkenland vestigen, maar zij zeiven? Wat zouden zij in Zion vinden, dat zij niet reeds hebben? Meer vrijheid zeker niet; misschien wat meer armoede.

„Jeruzalem, hoe zoude ik u vergeten ?!" De Joden te Saloniki hebben het gebruik hunner rechterhand niet verloren, en toch is de stad op Moriah wel heel ver uit hunne gedachten weg. Saloniki is hun Jeruzalem geworden, zooals Amsterdam het den Hollandschen Joden is. Toch zijn zij het grootsche verleden van hun ras niet ontrouw, integendeel: sinds eenige jaren bestaat onder hen de vereeniging Kadimah, die, op beter onderwijs in 't algemeen uit, vooral de Hebreeuwsche taal beoefent, en wier leden onder elkaar enkel Hebreeuwsch spreken, en een bibliotheek bezitten van boeken en tijdschriften in die taal.

Ja, in Saloniki is nog het echte Jodenvolk te vinden, waarlijk wel afstammelingen van het strijdlustige, moedige, wraakzuchtige volk van het Oude Testament. Men moet ze zien flaneeren, die Salonicensche Joden, op Sjabbaz, of op de feestdagen van Joem-kipoer of Paschen: zwaargebouwde, breedgeschouderde, gebronsde kerels, met lange zwarte baarden, of patriarchen niet profetengezichten en lange, golvende baarden, wit en glinsterend als zilver. Zij dragen lange tabbaards van kleurig laken met bont omzoomd, en kleurige kaftans van zijde of katoen, op het hoofd de roode fez, waarom de grijsaards, naar het oude gebruik, nog de zwarte turban rollen. Een mooi slag van menschen: recht op, waardig van houding, zelfbewust van blik. Ietwat te luid van woord, en te druk vau gebaar om die waardigheid nog te handhaven, terwijl zij spreken. Evenals wij noemen de kalmer Turken „Jodendrukte" wat een hevig standje is, dat met veel geschreeuw en niet zwaaiende armen begint, en er mee eindigt ook. Niettemin, zoo vreedzaam en zachtzinnig als onze Joden, zijn die van Saloniki niet: hun zware arbeid aan de kade en in de ambachten heeft hunne lichamen

Sluiten