Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze uitdrukking roept ons aanstonds als vanzelf het typische geval voor den geest van een meisje, verleid door een heer; het meisje bemerkt dat zij moeder moet worden, zij tracht uit angst voor het oordeel der menschen dit feit te verbergen zoolang 't haar mogelijk is. Allicht wordt zij in haar klimmenden, tot waanzin stijgenden angst verleid om de zoo veelvuldig geadverteerde misdadige hulp te zoeken: een middel dat niet zelden met verwoeste gezondheid of met den dood eindigt, — of, zoo zij aan deze verleiding weerstand biedt en haar kindje ter wereld brengt, gaat zij, en ten deele het kind ook, levenslang gebukt onder het veroordeelend vonnis der wereld. Mogelijk wijzen de ouders haar de deur, of voelt zij zich in den huiselijken kring beschouwd als de onwaardige die een smet op den familienaam geworpen heeft.

Verscheidene kennissen draaien haar den rug toe; anderen

niet minder pijnigend — toonen haar een neerbuigende vriendelijkheid, welke echter gereed is plaats te maken voor verontwaardiging, zoodra haar houding mocht getuigen van eenig gevoel van eigenwaarde in plaats van het geeischte deemoedige schuldbesef.

Vaak is 't voor zulk een ongehuwde moeder zeer moeilijk een betrekking te krijgen, die zij toch zoo dringend behoeft om voor haar kindje te kunnen zorgen. Want wie wenscht een gevallen vrouw met haar kind als huishoudster; wie begeert haar als opvoedster of onderwijzeres van andere kinderen; wie steunt haar sollicitatie voor een staatsbetrekking; wie plaatst een immers zoo lichtzinnig mensch gaarne in een verantwoordelijke positie; wie vreest niet dat het oordeel der wereld schade zou doen aan de zaak, in welke haar arbeid en diensten zouden worden aanvaard ?

In „fatsoenlijk" gezelschap wordt zoon meisje nauwlijks of niet

Sluiten