Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oermensch geëvolueerd, en heeft ze toch wel zóó veel van de Christelijke idee in zich opgenomen, dat zij deernis voelt met de zwakke en verdrukte en dat heilige toorn opwelt tegen het onrecht en de huichelarij dezer dubbele moraal.

Als wij ons zuiver-menschelijk gevoel alléén aan het woord lieten, was m.i. het pleit spoedig beslecht. Ik kan dan ook niet denken dat er gemakkelijk iemand te vinden zou zijn die van harte de dubbele moraal zou kunnen verdedigen en die werkelijk met genoegen zou zien dat de verleider maatschappelijk geacht en de verleide verguisd zou worden.

De vraag waar 't om gaat: of de maatschappij terecht of ten onrecht tweeërlei moraal handhaaft; m.a.w. of wij in het maatschappelijk leven onzen invloed behooren aan te wenden om een verschillend oordeel omtrent sexueele zwakheden of verkeerdheden, naargelang deze door een man of door een vrouw zijn begaan, te doen voortbestaan, dan wel of wij deze opvatting als verouderd moeten trachten te vervangen door de juistere, dat voor man en voor vrouw beiden één menschelijke moraal geldt; — deze vraag zal moeten uitgemaakt worden op redelijk terrein, niet op gevoelsterrein. Want wie zich thans nog vóór een dubbele moraal verklaart, zonder rekening te houden met wat zijn menschelijk en Christelijk gevoel zegt, zal dit m.i. alléén kunnen doen op gronden die hem redelijk toeschijnen, en krachtens de overweging dat ons gevoel door de rede beheerscht moet worden. De pro-schrijver zal dus moeten betoogen dat een redelijke ethiek ons moet nopen aan een man andere moreele eischen te stellen dan aan een vrouw, en wel in 't algemeen, zonder met hun respectieve persoonlijke eigenschappen en omstandigheden rekening te houden. Gelukt hem dit, dan heeft hij niet alleen zijn pleit gewonnen, maar ware metéén uitgemaakt dat ons rechtvaardigheids- en mede-gevoel, dat de tweeërlei moraal veroordeelt, valsch gevoel of sentimentaliteit was, en werd het tijd dat deze gevoels-uitwas energiek door de rede besnoeid werd.

Daarom ga ik nu mijn onbekenden pro-antagonist op redelijk terrein tegemoet. En ik stel, nu we over „tweeërlei moraal" redeneeren, voorop, dat uitgemaakt moet worden de vraag: Wat is moraal, en: Wat is de grondslag der moraal}\

Het spreekt vanzelf dat we hiermede eerst klaar moeten zijn, willen we redelijk kunnen oordeelen of een algemeen-gehul-

Sluiten