Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan men staande houden dat in 't algemeen een jonge man, al moge hij ook hartstochtelijk van begeerten zijn, niet zou inzien dat hij in hooge mate zelfzuchtig en liefdeloos handelt, wanneer hij een meisje door zijn begeeren ongelukkig maakt, en onmannelijklaf bovendien zoo hij zijn misdrijf voor de wereld verbergt en dus alle ellendige gevolgen op zijn slachtoffer, die hij zoogenaamd liefhad, doet neerhagelen.

Evenzeer moet een niet-abnormaal meisje beseffen dat zij zich door zulk een lichtzinnige zwakheid bezondigt. In 't algemeen voelt een meisje, zij 't ook min of meer intens, dat zij haar lichaam en haar ziel ontheiligt door zich over te geven, tenzij in volkomen ziele-eenheid met den geliefde-voor-het-leven; en even goed weet zij dat zij liefdeloos handelt ten opzichte van haar kindje, dat door lichtzinnigen omgang verwekt zou kunnen worden, doordat het de gevolgen van de genotzucht der moeder onschuldig zal moeten dragen.

De eischen der Moraal zijn voor beide sexen duidelijk genoeg; de stem van het geweten, 'twelk getuigt dat gezondigd is tegen de wet van Heiligheid en Liefde, spreekt evenzeer tot den man als tot de vrouw. Een redelijke ethische grond om den man van de eischen der Moraal te ontheffen, zooals de tegenwoordige samenleving doet, is niet te ontdekken. De onredelijkheid van de dubbele moraal onzer samenleving blijkt zonder veel nadere argumenten al vanzelf daaruit, dat haar afkeurend oordeel niet zoozeer de sexueele zwakheid, niet zoozeer de onheilige en liefdelooze handelwijze treft, en nog veel minder zich om de motieven der handelingen bekommert; maar dat in 't oog der wereld de hoofdzaak is of het kwaad al dan niet aan het licht komt en ruchtbaar wordt. Den schijn belangrijker te achten dan het wezen pleit zeker niet voor redelijkheid.

Is aldus op redelijk-ethischen grond de dubbele moraal veroordeeld, een oordeel van dezelfde strekking biedt de sociologische wetenschap.

Dr. Heinrich Schurtz, een der meest geziene autoriteiten op 't gebied der beschavingsgeschiedenis, schreef in zijn standaardwerk : „Urgeschichte der Kultur' (p. 19).

„Alle Sittlichkeit beruht auf Erweiterung der eigenen Persönlichkeit".

En verder (p. 21): „In twee richtingen streeft dus de mensch-

Sluiten