Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Grieksche volksspelen, die hunne leden tot een nuttelooze en overdreven oefening gebruikten, maar ze niet bezigden waartoe zij gegeven zijn — tot nuttigen arbeid. De wetenschap bezit de treurige eigenschap, in ons de liefde voor de eerste plichten te dooven.

Wanneer eenmaal de talenten zich van de eer, die wij aan onze deugden zijn verschuldigd, meester hebben gemaakt, willen wij aangenaam zijn; maar niemand doet moeite om braaf te wezen. Gevolg hiervan is, dat beloond worden de hoedanigheden, die niet van ons zelf afhangen; want onze talenten worden met ons geboren; onze deugden behooren ons, zegt Rousseau. Door de letterkunde, de philosophie, de schoone kunsten worden geest en lichaam verzwakt. De studie dooft den moed; verzwakt het weerstandsvermogen tegen driften en zwaren arbeid. De kunstmatige stedelingen zijn veel minder waard in den krijg dan natuurlijke dorpelingen.

De wetenschap is niet voor alle menschen. „L'homme est né pour agir et penser, et non pour réfléchir. La réflexion ne sert qu'a le rendre malheureux, sans le rendre meilleur ni plus sage. L'étude corrompt ses moeurs, altère sa santé, détruit son temperament et gate souvent sa raison; si elle lui apprenait quelque chose, je le trouverais encore fort mal dédommage."

Enkele verheven geesten uitgezonderd, b. v. Socrates, is de wetenschap den menschen schadelijk. De menschheid heeft er ook geen behoefte aan. Wanneer de wijsbegeerte een volk geleerd heeft zijn oude zeden en gebruiken te verachten, vindt het spoedig het geheim om de wetten te ontduiken.

De wetenschap maakt den mensch onrechtvaardig, jaloersch; doet hem alles opofferen aan zijn eigen belang en aan den ijdelen roem, de zelfvereering, waarvoor de eere Gods uit het oog verloren wordt.

De rampen door onze ijdele nieuwsgierigheid veroorzaakt zijn zoo oud als de wereld. De eb en vloed van de wateren van den Oceaan zijn niet sterker onderworpen aan den loop der maan, dan het lot der zeden en der rechtschapenheid aan den voortgang der wetenschappen en kunsten. De deugd heeft ten allen tijde onder alle volken het wetenschappelijk licht gemeden.

Deugden en ondeugden noemt Rousseau collectieve noties die alleen ontstaan uit den omgang der menschen met elkander.

b. Wat heeft aan den Franschen geleerde de ervaring, het geschiedkundig onderzoek geleerd?

Rousseau heeft opgemerkt, dat bij alle volken de zeden degenereerden als de studie der letterkunde zich ontwikkelde.

Israël, Gods uitverkoren volk, heeft nooit de wetenschap beoefend.

Sluiten