Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijven. Immers deze krijgsdeugd was bij den Franschen soldaat niet minder groot dan by den Duitschen. W\j meenen de reden van de overwinning der Duitschers niet aan hun meerder moedbetoon, maar aan de meerdere strategische kennis hunner legerhoofden te moeten toeschreven.

Herinnerende aan het woord van Opzoomer: „wat gij aan de scholen uitgeeft, wint gij uit op de gevangenissen", verbinden wy aan dit woord onmiddellijk het feit, dat in Frankrijk, nadat de wet van Ferry die verplicht neutraal lager onderwijs voorschrift, vijfentwintig jaren had gevigeerd, zoodat men aannemen mag, dat de wetenschap tot het volk was doorgedrongen, en het jonge geslacht wetenschappelijk hooger stond dan de voorgaande generatie, het aantal misdaden onder het eerst genoemde, dat dus in de zegeningen van de wet heeft gedeeld, schrikbarend is toegenomen. „Paul Garnier, médecin en chef de 1'inflrmerie speciale de la Préfecture de police vient de montrer comment en treize ans, de 1888 a 1900 la criminalité juvénile (de 16 a 20 ans) annuelle a monté de 20 (en 1888) a 140 (en 1900), chiffre sept fois plus fort que le premier. Pendant ce méme laps de temps, la criminalité adulte (de 30 a 35 ans) se maintenait sensiblement au même taux (20 en 1888, 25 en 1900). En 1900 la criminalité juvenile doit donc être considérée comme six fois plus fréquente que la criminalité adulte. Pour prendre un cas particulier, on compte dans 1'attaque nocturne 3 criminels entre 16 et 20 ans contre un criminel de 21 a 31 ans. Le souteneur se recrute également surtout parmi les adolescents. On en trouve actuellement 106 de 16 a 20 ans contre 137 de 21 a 30 ans."

Ten slotte herinneren wij nog aan het feit, dat de aanleggers der oproeren in verschillende landen en eeuwen mannen waren, die in ontwikkeling verre boven het gros van het volk uitstaken. Wij denken in het bijzonder aan de septembriseurs in het laatst van de 18de eeuw en aan de communisten in 1871 in Parijs.

Ten II. a. Ongewenscht maar noodzakelijk gevolg van de beoefening der wetenschap is de strijd. De wetenschap staat of valt met den strijd. Die strijd leidt tot twist, tot haat tusschen hare beoefenaars. Het zesde gebod: „gij zult niet doodslaan", zien wij dagelijks in iederen tak der wetenschap met voeten getreden worden.

b. Ook het achtste gebod: „gij zult niet stelen", wordt menigvuldig door de beoefenaars der wetenschap overtreden. Diefstal op letterkundig gebied voor de wet niet strafbaar, is aan de orde van den dag.

c. Voorts herinneren wij aan het voedsel, dat de wetenschap voort-

Sluiten