Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de volken bevorderd. Wij zagen, dat zedelijkheid en recht na aan elkander verwant zijn.

Wij zeggen: „zonder twijfel." Positiever kan het niet. En toch spreken wij apriorisch. Wij gelooven dat Gods Woord deze uitwerking heeft. Subjectief staat dit bij ons vast.

Wij meenen, dat volken, die buiten de rechtsbeginselen van Gods Woord leven, zedelijk lager staan dan Christennatiën. Doch de wetenschap stelt zich met een apriorisme niet tevreden. Zij eischt objectieve voldoening. Zij wil het positief bewijs, het ervaringsbewijs.

Wat zegt de ervaring?

Hierop is het antwoord niet gemakkelijk te geven, 1° wijl de maatschappelijke verhoudingen zoo gecompliceerd zijn, dat het hoogst moeielijk is den invloed van één moment — met elimineering van de overige momenten die de zedelijkheid beheerschen — te bepalen; 2° heeft de wetenschap van het recht zulk een omvang en diepte gekregen — een wetenschap waarvan wij nooit een bepaalde studie gemaakt hebben — dat wij ons zelf het allerminst bekwaam achten naar zulk een moeielijk vraagstuk een onderzoek in te stellen. Hiertoe is meerdere kennis noodig, dan waarover wij kunnen beschikken.

Dat hier een uitgebreide kennis toe noodig is, blijkt dadelijk als wij ons voorstellen, wat het recht omvat — wij spreken hier alleen van het stellig recht — dan daagt voor onzen geest op dat uitgebreide gebied van het privaatrecht; met zijn ontelbare speciale onderdeelen — als: huwelijksrecht, eigendomsrecht, wisselrecht, enz. — het gebied van het staatsrecht, waartoe het strafrecht, het politierecht, het administratief recht en nog zooveel andere „rechten" behooren; het volken- of internationaal recht, dat weêr in het internationaal publiekrecht en het internationaal privaatrecht onderverdeeld wordt.

Indien nu overal in die deelen en onderdeelen geen verschil van meening bestond, en indien alle menschen zich stipt aan de uitspraak van het recht hielden, dan was het dadelijk gevonden; dan zou de ervaring evenzeer als een apriorisch oordeel voor den zedelijken invloed van het beschreven recht getuigen. Hoe meer dan de rechts wetenschap vooruitging en de rechtskennis verspreid werd, des te zedelijker ware de maatschappij. Doch dit is, helaas! niet het geval. Er bestaat groot meeningsverschil over verschillende onderdeelen van het recht. En dit verschil leidt tot strijd; en deze strijd, op zichzelf onzedelijk, leidt in de praktijk — blijkens de ervaring — tot zulke uitersten, dat de onzedelijkheid al te duidelijk door de mazen van de rechtsovertreding doorsluipt. Het schijnt ons toe, dat het zedelijkheidsbegrip van het recht nog helderder uitkomt in zijn negatie dan in zijn positie.

Sluiten