Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eerstgenoemden vertegenwoordigden de philosophen, de anderen de doctoren in de letteren. De Heere Jezus heeft zijn Evangelie toevertrouwd aan eenvoudige visschers, niet aan wijzen en verstandigen. Volgens Rousseau vindt men in de leer, die Jezus heeft nagelaten geen woord van studie en wetenschap.... tenzij om zijn verachting voor beiden uit te drukken.

Is dit zoo?

Rousseau had eigenlijk nog verder kunnen gaan. Hij had Paulus kunnen laten optreden, wanneer deze zich in zijn eersten brief aan de Corinthiërs in dezer voege uitlaat: „Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken", en: „heeft God de wijsheid dezer eeuw niet dwaas gemaakt; want nadernaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zoo heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die gelooven", en: „het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou."

Verder schrijft Paulus in het tweede hoofdstuk van dienzelfden brief: „En ik broeders als ik tot u gekomen ben, ben niet gekomen met uitnemendheid van woorden of van wijsheid", en: „mijne reden en mijne prediking was niet in bewegelijke woorden der menschelijke wijsheid", en: „wij spreken wijsheid onder de volmaakten, doch eene wijsheid niet dezer wereld noch der oversten dezer wereld, die te niet worden. Maar wij spreken de wijsheid Gods."

Het heeft er allen schijn van, dat Gods Woord aan de wetenschap alles behalve lof toezwaait.

Maar is daarom de wetenschap contrabande voor den Christen ? Zijn er geen andere plaatsen in Gods Woord die zich meer waardeerend over de wetenschap uitlaten ? En zoo ja, bestaat er dan tegenstrijdigheid in Gods Woord of is deze schijnbaar, en laat zich die schijnbare tegenstrijdigheid oplossen ?

Slaat men het boek van Salomo op, de Spreuken, dan vindt men nagenoeg op iedere bladzijde een waardeerend woord over de wijsheid, over het verstand en de wetenschap, zooals: „De vreeze des Heeren is het beginsel der wetenschap; „de dwazen verachten wijsheid en tucht"; „zij zullen mij vroeg zoeken, maar zullen my niet vinden, omdat zij de wetenschap gehaat hebben." „Welgelukzalig is de mensch, die wysheid vindt en die verstandigheid aanbrengt", enz. enz.

Is het juist dat de Heere Jezus zijn verachting voor de wetenschap heeft te kennen gegeven, gelijk Rousseau beweert?

Wij vinden nergens een bijbelpaats, die dit bevestigt.

Integendeel wordt de Heer ons voorgesteld als iemand, in wien al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn.

Sluiten