Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn de tien geboden zelf, zooals onder vele anderen Kuenen beweerde, niet merkelijk jonger dan Moses?

Ziedaar eenige vragen, en niet de eenige, die kier gesteld worden. Daarbij moet ik gulweg bekennen, op de eerste vraag reeds het antwoord schuldig te blijven. Het zal nog wel jaren duren, vóór het aandeel van Moses aan de boeken die zijn naam dragen met algemeene instemming is vastgesteld.

Moesten wij hier, bij wijze van inleiding, dit vraagstuk eerst tot klaarheid brengen, dan kwamen we vooreerst niet aan den voet van den Sinai. Maar wij kunnen het veilig laten rusten. Het is een reusachtig misverstand, indien men zich verbeeldt, dat de boeken van Moses hunne waarde verliezen, indien zij eerst later in den vorm gebracht zijn, waarin wij ze thans bezitten. Ook de latere gescliiedboeken — Rechters, Samuel, Koningen — zijn uit verschillende oudere bronnen samengesteld. Toch wordt hunne geschiedkundige waarde hierdoor eerder verhoogd dan verminderd. 5) En de nieuwere ontdekkingen, met name in Babyion en Assyrië, hebben die geschiedkundige betrouwbaarheid veeleer bevestigd dan aan het wankelen gebracht.

Een eigenaardig verschijnsel kunnen wij in dit opzicht in de veelbesproken lezingen van Delitzsch opmerken. Geheel de strekking dier geschriften is een aanval op den Bijbel. Maar zoo niet uitsluitend dan toch hoofdzakelijk op den Bijbel als kenbron der goddelijke openbaring, veelminder op den Bijbel als geschiedbron. Integendeel: al „vermijdt hij uit beginsel om voortdurend van bevestiging des Bijbels te spreken," heeft hij toch feitelijk een tamelijk lange reeks van bijzonderheden aangehaald, ter verklaring van hetgeen hij noemt: „de rijke winst, die Babel tot verklaring en opheldering van den Bijbel bij voortduring aanbiedt." En al die feiten bewijzen toch, dat de Bijbelschrijvers, ook waar zij over personen en zaken uit Babyion handelen, uitstekend waren ingelicht.

Het Oude Testament noemt één enkele maal (Is. 20, 1)

Sluiten