Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zou hier misschien het wetboek van Hammoerabi reeds zijn invloed doen gelden? Zullen niet méér israëlietische wetten allengs weer naar een vroeger tijdperk verplaatst worden, naarmate men de gelijktijdige beschaving van Babyion eenerzijds en van Noord west-Arabië anderzijds nader leert kennen? Hommel is reeds in die richting voorgegaan, en wij zien hier Eerdmans ten minste schoorvoetend een enkelen stap volgen. Het eenige wat men schijnt te vorderen is, dat men de openbaring kunne blijven loochenen. Van Assyrië, van Babyion, van Egypte, van Madian, van Phoenicié, van waar ook mag Israël zijn godsdienst en zijne zedelijke ontwikkeling ontvangen hebben; alleen niet uit de bron waarvan de Bijbel gewaagt: de uitverkiezing en openbaring van den éénen levenden God. Dat ligt op den bodem der redeneering bij Eerdmans zoowel als bij Kuenen. Men verwees den decaloog naar de achtste eeuw, om voor een vroeger tijdperk geen hooger zedelijk standpunt te moeten aannemen; men vreesde dit hooger zedelijk standpunt, wijl het naar bovennatuurlijke openbaring scheen te wijzen.

En hier hebben we met het meest onvermengde apriorisme te doen. In het Sinaivraagstuk zagen we ten minste nog pogingen aangewend om in de bronnen van den Pentateuch sporen te vinden van een oude afwijkende overlevering. Hier meent men ook dien steun te kunnen ontberen. Zoover wij weten heeft nog niemand een enkelen J of E of P of D of R ontdekt, die de openbaring loochende ï6). —

Dankbaar nemen wij intusschen aanteekening van het feit, dat ongeloovige geleerden als Eerdmans, zij het ook met eenig voorbehoud, tot de oude meening terugkeeren, dat de tien geboden uit den tijd van Moses stammen. —

Geheel iets anders is zijne bewering, dat „de zedelijke denkbeelden van.... Assyriërs en Egyptenaren voor de Israëlietische waarlijk niet behoefden onder te doen." Vooral indien men by de „zedelijke" ook de godsdienstige denkbeelden insluit, schijnen reeds de tien geboden alleen deze

Sluiten