Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deze woorden hebben wij wel niet de eerste instelling van den wekelijkschen rust- en vierdag. Ten minste de uitdrukking „gedenk den sabbatdag" schijnt aan te duiden, dat hij reeds vroeger bestond. Maar het gebruik, waarvan de eerste instelling ons onbekend is, wordt hier van Godswege niet alleen bevestigd maar zelfs verplichtend gesteld, en daarmede wordt onmiddellijk aan het volk van Israël en middellijk aan de Christenen van alle tijden en alle landen een onberekenbare weldaad bewezen. In stoffelijk zoowel als geestelijk opzicht. Zelfs een Delitzsch gewaagt van „de volheid van zegen, in de sabbat- of zondagsrust besloten" 33).

En werkelijk, of de wekelijksche rustdag oorspronkelijk eene goddelijke of eene menschelijke instelling geweest is, kunnen we voor het oogenblik in het midden laten, maar zeker is in ieder geval, dat er onder de instellingen van menschen afkomstig, geen enkele is, die zóó eeuwen en eeuwen door heeft bijgedragen tot de geestelijke en zedelijke en godsdienstige verheffing van de volken, en tot verzachting tevens van het levenslot der menschheid. Gelukkig ook in onze dagen nog het land, waar de zondag op christelijke wijze gevierd wordt. Daar voelt de mensch zich telken zondag als door de machtige en weldadige hand van den Schepper weder opgericht uit het stof en slijk dezer aarde, waaraan zes dagen lang zoowel zijne menschelijke behoeften als zijne menschelijke driften hem gekluisterd hielden. Daar wordt het betere, het hoogere, het heilige en goddelijke in zijne ziel dat in de beslommeringen van de werkdagen dreigt weg te kwijnen, iedere week weer tot nieuw leven gewekt. En bij die verheffing en veredeling des geestes vindt ook het lichaam de rust, die het na zes werkdagen noodig heeft.

Ongelukkig integendeel het volk, dat de zondagsviering verwaarloost: dat volk moet in verstoffelijking en verwereldlijking ondergaan. Ongelukkig en beklagenswaardig vooral de werkman, indien hij door de eigenaardige toestanden

Sluiten