Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander de hand mag uitstrekken. Heilig zij u zijn lijf en leven: gij zult niet doodslaan. Heilig zijn echtgenoot, zoowel als uwe eigene huwelijkstrouw: Gij zult geen overspel doen. Heilig zijn geld en goed: Gij zult niet stelen. Heilig zijn eer en goede naam: Gij zult tegen uwen naaste geen valsch (eigenlijk geen ijdel, ongegrond) getuigenis geven.

Dat alles zijn uitspraken van de natuurwet, hier door goddelijk gebod bevestigd, — en daarom ook volgens de natuurwet te verklaren, dat is in ruimen zin te verklaren, zóó dat in den doodslag ook alle verdere mishandeling verboden wordt, in het overspel alle andere vormen van ontucht, in het stelen ook alle schade aan den naaste berokkend, in den laster ook alle eerroof en alle onwaarheid.

Daarmede zijn in treffend korte wojrden de hoofdlijnen vetrokken van 's menschen zedelijk gedrag tegenover den naaste, en tegelijkertijd de grondslagen gelegd voor orde

en rust in de maatschappij.

Doch de Wetgever gaat nog een stap en wel een reuzenstap verder. Hij dringt tot het inwendige door, tot de gezindheid en de begeerte des harten. Niet enkel de hand. moet rein zijn van broederbloed en onrechtvaardig goed, het lichaam van den vloek der ontucht, en de tong van eerroof en leugen, - ook het hart, het binnenste en verborgenste der ziel, waarin geen men&chenoog doordringt, moet rein blijven voor het oog van den Alwetende. Ook de inwendige daad, de verborgen toestemming in zondige neiging wordt met dezelfde beslistheid verboden: Gij zult niet begeeren uws naasten huisvrouw — gij zult met be-

geeren alles wat uwb naasten is. è

Reeds in het inwendige, voor er nog sprake komt van de uitwendige daad, moet de ongeregelde booze neiging onderdrukt. En wat hier uitdrukkelijk gezegd wordt van de zinnelijkheid en van de ongeregelde begeerte naar geld en goed, wordt daardoor vanzelf mede te verstaan gegeven van andere menschelijke driften. Hebben de vorige geboden ons andere plichten leeren kennen, jegens God, jegens

Sluiten