Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den decaloog reeds door Wildeboer en Bleeker met alle beslistheid afgewezen.50) Van beteekenis blijft zij enkel als eene vingerwijzing, hoe de school, die Israëls zedelijke denkbeelden tot het peil der andere Semieten wil neerhalen, met dit woordje „begeeren" verlegen zit.

Een geheel anderen weg gaat Delitzsch. Niet als of het omlaaghalen van het Oude Testament hem mishaagde. Integendeel: hij aarzelt niet de zedelijkheid van den Bijbel in verdenking te brengen, wijl hij soms zaken mededeelt die niet voor kinderen bestemd zijn. 61) Maar boven alles geeft hij zich moeite om Babyion tegenover Israël omhoog te tillen. Met betrekking tot ons onderwerp wil hij in Baby lonië lang vóór Moses' tijd het monotheïsme ontdekt hebben, en den naam van Israëls God: Jahwe, en zelfs den sabbat. Hiermede zou, volgens Delitzsch, het derde gebod — dat voor de Godsvereering in Joden- en Christendom van zoo hooge beteekenis is — ten slotte uit Babyion stammen. Dat ook het monotheïsme van Babyion uit zijn weg in Israël zou gevonden hebben, heeft hij niet uitdrukkelijk beweerd, al heeft men het van verschillende zijden tusschen de regels meenen te lezen.B2) Verstaan wij hem goed, dan beweert hij eerstens: dat omtrent 2500 v. Chr. noordsemietische nomaden zich in Babylonië vestigden, die „God als een éénig (einheitliches) geestelijk wezen opvatten en vereerden," en wel onder den naam Jahwe of Jahoe, — maar dat deze hun godsdienst daar weldra in het sinds eeuwen heerschende veelgodendom der oudere bewoners onderging. Tweeilens: dat een tiental eeuwen later uit een ander deel dierzelfde noordsemietische stammen het volk Israëls zou gevormd zijn. Derdens: dat in het polytheïstische Babyion enkele „vrije, verlichte geesten" tot de erkentenis zouden gekomen zijn, dat alle of althans de voornaamste van hunne godennamen den éénen god Mardoek aanduidden, op verschillende wijze beschouwd.6S) In de studie der spijkerschriftbronnen waarop deze be-

Sluiten