Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*) Gen. 4, 20 vv; 11, 1 vv; II Sam. 5, 11; III Kon. 5, 1 vv; 7. 13 v, — enz.

4) Vgl. o.a. C. Pesch, Thcol. Zeitfragen, dritte Folge : Zur neuesten Gesc/i. der Katti. Inspirationslahre (Freib. im Br., 1902) S. 83— 99; J. P. van Rasteren, Franzclin en Zanccchia (Studiën, LVIII) bi. 69, 73—79.

s) Vgl. H. A. Poels, Critiek en Traditie (Antwerpen, 1899) bl. 67 v.

«) B. u. B., S. 6—13; Z. V., S 1-6.

7) Rijke stof bieden : F. Vigouroux, La Bible et les dêcouvertes modernes, 6e éd., Paris (vier deelen ; ook in het duitseh vertaald): J. Urquhart, Die neueren Entdeckunyen und die Bibel, Stuttgart, (uit het engelsch, 4 deelen, een vijfde moot nog volgen); T. G. Pinches, The Old Testament in the Lig kt of the Historical Records and Legends of Assyria and Baby Ion ia, London, 1902; E. Schrader, Die Keilinschriften und das Alte Testament, dritte Aufl., bearbeitet von H. Zimmern und H. Winckler, Berlin 1903, (rijk aan assyrischbabylonische gegevens, maar ook aan wilde gissingen op Bijbelgebied).

°) Vgl. Delitzscli, Z. V., S. 18—20; Gunkel, t.a.p., bi 42 ; Hommel, t.a.p., bl. 37, Altisraelitische Ueberlieferung (18!)7), S. 275 ; Wellhausen, Prolegomena sur Gesch. Isr., dritte Ausg., S. 359 ; de overigen bij M. J. Lagrange, Le Sinaï biblique (Revue biblique, VIII, p. 369392), p. 371.

9) Vgl. M. Jullien, L'Egyptc, Souvenirs bibliques et c/irétiens, Lille, 1889: Une excursion dans la terre de Gessen, cliap. IX: Le golfe de Sues au temps de l'Exode, p. 131—138. Volgons eene sissing van Holzinger, Exodus erkldrt (in Marti's Kurzer Hand-Commentar), S. 15 f., zou juist ten noorden van Suez de zee destijds, ten gevolge van zoeUvatertoevoer, het riet hebben voortgebracht, waaraan zij haar hebreeuwschen naam Jam Soef Rietsee, ontleende.

10) Naar Holzinger, t.a.p., bl 46, zou Etham, dat Num. 33, 8 aan Sjoer beantwoordt, een egyptiscli woord zijn van gelijke beteekenis. Hij denkt echter aan verdedigingswerken, tot beveiliging der egyptische grens. Vgl. ook Legendre in Dict. de la Bible (van Vigouroux), II, kol. 2002 v.

11) Vgl. „Uit mijn Reisdagboek" (Jaarb. van den R. IC. Onderwijzersbond in het Bisdom van 's Bosch, 1900,) bl. 59—63.

'*) Henry Spencer Palmer, Sinai from the fourth Egyptian dynasty to the present day, London, 1878, p. 189.

13) Het is waar, dat de naam der Rooile Zee (Jam Soef) in den Bijbel ook aan de Golf van Akaba gegeven wordt (III Kon. 9, 26).

Sluiten