Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

religiekrijg, de Gereformeerde Kerk bevoorrechte of lieerschende kerk geworden.

Dit was zeer verklaarbaar.

De Gereformeerden waren de ziel van den religiekrijg geweest. De Gereformeerde Kerk was feitelijk de bakermat van den Nederlandschen Staat. Geen wonder dan ook, dat de Gereformeerde belijdenis tot grondwet van den Staat verheven, de Gereformeerde Kerk tot heerschende kerk gemaakt werd.

Toch werd in ons land aan andere gezindheden meerdere vrijheid gegeven dan dit in Duitsche en Luthersche landen het geval was.

Uitdrukkelijk werd bij de Unie van Utrecht bepaald :

,/Ieder particulier zal in zijne Religie vrij mogen blijven, en men zal niemand ter oorzaak van de Religie mogen achterhalen of onderzoeken."

Lutherschen en Doopsgezinden werden over het algemeen niet achting behandeld.

De Joden, overal elders verguisd, werden in ons land met voorkomendheid bejegend.

Vooral kenteekenend is hetgeen de Leidsche faculteit in 1711 ten aanzien van het dulden der .loden aan de Staten van Holland schreef: //Ons gebed is dagelijks voor Israels zaligheid ; maar het is ook onze ernstige wensch en bede dat Uwe Gr. Mog. gunstig gelieven te volharden in bescherming en toegenegene weldadigheid omtrent dat volk; of zulks ook (benevens de woning in een van de grove afgoderij, bijgeloovigheid en geestelijke dwinglandij des Pausdoms gezuiverd land) een middel in des Heeren hand mocht zijn tot hunne gewenschte bekeering."

De Roomschen werden uit den aard der zaak strenger behandeld. Maar de strenge plakkaten tegen de paapsche stoutigheden werden wel gedurig vernieuwd, maar zelden uitgevoerd. En reeds in 1(541 werd in Amsterdam aan de Roomschen vrijheid van religie gegeven, zoodat zij daar spoedig in het bezit waren van een twee-en-twintigtal kerken.

In vergelijking met andere landen mag ons land dus met recht het land der klassieke vrijheid worden genoemd,

Sluiten