Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op maatschappelijk terrein, zoo zeiden wij, zijn heilige en natuurlijke menschenrechten als met voeten getreden.

In den regel spreken wij, christenen, het meest van plichten. Toch mogen wij ook van de rechten niet zwijgen, omdat er rechten zijn, wier handhaving de dure verplichting is van eiken mensch van karakter.

Tot deze rechten rekenen wij: het recht op zondagsrust, op behoorlijke dag- en nachtrust, op de bescherming van leren en gezondheid, op een billijk arbeidsloon en op verzorging in den ouden dag. Hekenen wij niet minder bet recht van vrouwen om als vrouwen, van kinderen, om als kinderen te worden behandeld. Rekenen wij eveneens het recht van patroons om als patroons te worden geëerd. Dit zijn rechten, die bij de gratie Gods aan menschen zijn geschonken, en wier krachtige handhaving en bescherming de dure verplichting is en blijft van overheid en onderdaan.

Wie toch ontkent het heilig en natuurlijk recht van den mensch op een behoorlijke zondagsrust!

Dit recht is den mensch, niet door een nietig evenmensch, maar door den Almachtigen Schepper van hemel en aarde geschonken, opdat hij op dien dag niet de zijnen zijn God zou dienen en de eeuwige rust zou zoeken.

Want de mensch is geen dier, hij heeft niet genoeg aan de paradijzen der aarde. Maar hij is een redelijk, zedelijk en godsdienstig wezen, geroepen om zijn God en Maker te kennen en te dienen, aangelegd 0111 in de kennis en dienst van God zijn waar en volmaakt geluk te vinden. De zondag is voor hem de dag, dat hij zich aan den geestdoodenden lichaamsarbeid, of aan den lichaamdoodenden geestesarbeid moet onttrekken, en dat hij met lichaam en ziel de bovenaardsche dingen moet zoeken, waarin zijn eeuwige bestemming ligt.

Want de mensch is wederom geen tijdelijke verschijning, geen ephemeride, die een tijdlang hier op aarde bloeit, misschien schoon bloeit, doch die bestemd is om daarna in een nirwana, een ijdel niet, te verzinken; maar de mensch is voor de eeuwigheid geschapen en bestemd om eeuwig te blijven. Hij is niet geroepen om gedurende den korten

Sluiten