Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weggenomen, alle perken voor de misdaad worden weggerukt, en de orde in de samenleving geheel en al wordt omgekeerd !

Met recht zei dan ook Mr. Hkkmskkrk in de zitting van 4 December 1!>01 : „Ik wil niet beweren, dat de erimineele sociologie niets waard is. Men kan allerminst verwachten, dat van antirevolutionaire zijde het atavisme zal worden ontkend, maar de erimineele anthropologie is in de laatste maanden door mannen als Lombroso en Exrick Ferri gepredikt op zoodanige wijze, dat alle begrip van schuld verdwijnt. Het is wel gemakkelijk om als men iets gedaan heeft te zeggen : ik ben nu eenmaal zoo, maar op die manier verdwijnt het schuldbesef en wordt niet alleen het strafrecht, maar ook de geheele grondslag van het zedelijk bewustzijn ondermijnd." ')

Vierkant tegenover de liberale theorie plaatsen wij dan ook, dat God alle dingen weet, zelfs de diepste roerselen van ons hart doorgrondt, ... en daarom alles straft, zelfs de schijnbaar allergeringste zonde ; maar dat Hij ook de allergrootste misdaad vergeeft; zelfs den moordenaar aan het kruis ter elfder ure nog vergiffenis schenkt; omdat

Jezus Christus aan het kruis volkomen heeft voldaan aan

v::„ uQ:i:~ u*

/jij ii iiciu^ i ecni.

En dit beginsel is de vaste grond van alle orde, waarop de samenleving der menschen veilig rust. Immers gehoorzaamt de vader God en Zijn Woord, dan zal hij geen Eli zijn, die de roede spaart en zijn kinderen niet zuur aanziet, maar dan zal hij de rechte orde in zijn huis handhaven, en de overtreding daarvan straffen. Gehoorzaamt de overheid God en Zijn Woord, dan zal zij de hand houden aan de van God gestelde orde voor de samenleving ; zal zij elke overtreding daarvan strallen; en zal zij den opzettelijken doodslag met de doodstraf wreken.

Met recht noemde de heer Lucassk de doodstraf dan ook de kroon van ons strafrecht. En wij zeggen het hem na. Niet uit liefde voor galg en strop; maar uit liefde voor het recht en voor de orde, waarop de samenleving rust. Want wij herhalen, wat vox Jhkrino zegt in zijn

1) Zie Kamerverslagen 1901, bhnlz. 307.

Sluiten