Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het recht, omdat wij ook als christenen alleen in den strijd ons recht kunnen krijgen en genieten. Met recht heelt von Jehring het gezegd : //het leven van het recht is een leven van strijd." En dit is vooral voor den christen waar. De belijdende christen geldt in het publieke leven in den regel als een burger derde klas. Hij behoort tot het nietdenkend deel der natie, die in den trein van het leven plaats moet nemen in de derde klas. En vooral als christenen moeten wij op publiek terrein ook strijden voor ons recht.

Wat hebben onze vaderen eenmaal lang en bloedig moeten strijden voor het recht om (Jod te dienen naar Zijn Woord ! Wat hebben de vaders der scheiding voor ditzelfde recht moeten worstelen ! Hoe lang hebben wij moeten strijden voor ons recht op onderwijsterrein ! Wat moeten ook onze stamverwanten in Zuid-Afrika's velden offeren voor hun vrijheid en hun recht!

En die strijd blijft.

Wat in het paradijs tot den mensch is gezegd : //In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten dat mag in dezer voege ook op den christen wel worden toegepast:

..Al loon in /lor» 711H crit ü\V vindon I"

„ ... «v.. ..«m ^.j »»%. riAJii • ...v.v.. .

Maar door dien strijd zullen onze rechten en vrijheden ons ook te dierbaarder worden. De woi*telingen van het recht zijn als het ware de barensweeën, die de geboorte van het recht voorafgaan. En gelijk een moeder beur kind temeer bemint, omdat zij haar leven heeft ingezet om dit kostbaar pand te gewinnen, zoo zullen wij onze rechten en vrijheden te inniger liefhebben, naar de mate de verwerving daarvan ons meerderen strijd heeft gekost. Daarom zit de behoefte aan vrijheid en recht ons volk ook in het bloed, omdat onze vaderen zoo lang en bang daarvoor moesten worstelen. En daarom offeren onze stamverwanten zoo gewillig hun goed en bloed, omdat zij als Hollanders van den ouden stempel niet kunnen leven zonder hun vrijheid en hun recht. Een volk, dat zijn rechten en vrijheden zonder strijd ontvangt, acht deze niet hoog. Deze zijn hun als kinderen, die de ooievaar heeft gebracht; en wat de ooievaar bracht, kan de ooievaar weer halen.

Sluiten