Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch hiertegen merk ik op: et) dat wij in het uiterst praktische onderwijs van Jezus zulk een abstrakt-theoretische gedachte als die van Adams val niet kunnen verwachten. Jezus redeneert nooit. Hij neemt het leven altijd, zooals het zich in onmiddellijke aanschouwing aan hem voordoet. De volle werkelijkheid van de macht van het kwade en van het zich realiseerende goede neemt geheel zijn aandacht in beslag.

Zoo zullen wij nergens in Jezus' onderwijs de gedachte, dat alle menschen zondaren zijn, met zoovele woorden geformuleerd vinden.

Toch behoeft niemand er aan te twijfelen, of Jezus de algemeene zondigheid van het menschelijk geslacht wel heeft aanvaard. Het is de onuitgesproken veronderstelling van geheel zijn prediking. Tot allen zonder onderscheid richt hij den eisch, dat zij zich bekeeren zullen. Allen heeft h\j leeren bidden: vergeef ons onze schulden.

Jezus en Paulus hebben beiden denzelfden blik op het leven, al drukken beiden zich op verschillende wijzen uit. De een is profeet, de ander dogmaticus. De een getuigt, de ander leert.

b) Op één plaats straalt in Jezus' onderwijs de gedachte door, dat de dingen niet meer zijn, zooals ze oorspronkelijk zijn geweest.

Als de Pharizeërs hem vragen, of het geoorloofd is, een vrouw om allerlei oorzaak te verlaten, antwoordt Jezus hun, dat Mozes hun wel toegestaan heeft, een scheidbrief te geven, maar dat het van den beginne niet altijd zoo is geweest (Matth. XIX: 8).

Eindelijk hoop ik in de volgende paragraaf aan te toonen, dat in de beschouwing, die wij bij Jezus vinden omtrent het wezen des menschen, de gedachte van een status integritatis onvermijdelijke grondslag is.

Ik zou hiermede deze inleidende opmerkingen, welke niemand als eenig bewijs voor de waarheid van den val aanmerke, kunnen besluiten, om nu met het vraagstuk zelf een aanvang te maken, doch wil aan het gezegde nog één gedachte toevoegen.

Sluiten