Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan evengoed trachten, een mathematische punt in tweeën te deelen, als het „ik" des menschen te splijten of te splitsen. Achter de veelheid der verschijnselen ligt een eenheid van leven ')•

Ook hier komt het onderwijs van Jezus deze gedachten bevestigen. De geheele psychologie van Jezus gaat uit van de veronderstelling, dat een mensch een hart, d. i. een centrum van leven heeft.

Zeer sterk komt dit uit in de zooeven aangehaalde uitspraak uit de Bergrede: „Niemand kan twee heeren dienen".

Hier is zeer plastisch de ondeelbaarheid van het persoonlijk leven des menschen uitgesproken. Een mensch doet op zedelijk terrein öf het één f)f het ander. Een mensch kan hier geen twee dingen tegelijk doen, hij kan zijn „ik" niet over twee levenssferen verdeelen s).

Men zal wèl doen, op deze eigenaardige structuur van het

') Over de verhouding van liet transscendente „ik" tot zijn empirische levenssfeer vergelijke men Pr. J. I). Bierens de Baan, Levensleer naar <h> beginselen van Spinoza (Martinus Nijhoff, 1901), Bfdst. II, '2.

') Vooral de kwantitatieve voorbeelden spelen ons hier parten. Wil men een voorbeeld, dat ten naastenbij verduidelijking van den toestand van liet zieleleven brengt, dan zon men het beeld van het orkest kunnen gebruiken. Uitwendig beoordeeld bestaat zulk een orkest uit verschillende los naast elkander staande instrumenten. Maar de muziek zelve, die dooide instrumenten wordt voortgebracht, vormt een ondeelbaar geheel, en één valsclie toon is voldoende alles te bederven. Wie geen muzikaal gevoel heeft en dus met zijn verstand oordeelt, zal nooit kunnen toestemmen, dat door één valsch instrument een geheele uitvoering onzuiver wordt. Bet verstand telt en zegt dus: één viool is onzuiver, de andere zijn alle zuiver, dus is er meer zuiver dan onzuiver. Zoo zal bet verstand nooit kunnen begrijpen, dat één zonde geheel het zedelijk leven bederft. Maar wie zijn zedelijk gevoel laat spreken, zal, waar er één zonde is, tegen alle redeneeringen van het verstand in tot de volstrekte zondigheid des menschen besluiten. Kwantitatief-intellectueel zou ik daarom een psychologie willen noemen, die het „ik" niet als transseen dent boven de empirische bewustzijnstoestanden uitgaande erkent.

Sluiten