Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen zal zijn, alleen scheppen met de mogelijkheid van het goeddoen ').

Doch dan zouden wij tot de conclusie moeten komen, dat er van een geschapen zijn van den mensch in ware gerechtigheid en heiligheid, zooals de kerkleer wil, geen sprake zijn kan ').

Toch meen ik, dat wij met de beperking, die het begiip van het zedelijke met zich brengt, goed zullen doen van de volkomenheid van den eersten mensch te blijven spreken.

En dat wel om twee redenen. Het zedelijke leven heeft in de eerste plaats deze eigenaardigheid, dat men hier moet willen zijn, wat men is. Het zedelijke is het zich zelt bepalende. Men is hier niet eenvoudig, maar men wil zijn. Dit mysterie van het bestaan van het zedelijke is voor het verstand ondoorgrondelijk, doch het is er niet minder werkelijkheid om. Aan het willen zijn, wat men is, gaat een zijn vooraf; zonder dit zijn, is een willen zijn een onmogelijkheid. Dit zijn moet een volmaakt zijn wezen. Door het willen toch komt er materialiter niets bij den inhoud van het zijn bij. Immers men wil zijn, wat men is.

Dit zijn nu, dat aan het willen zijn logisch voorafgaat, is de toestand van volkomenheid, die bij den eersten mensch moet worden verondersteld. Deze gedachte wordt zeei duidelijk

') Het is vooral Kaftan, die in zijn Dogmatik (in Jen Grundriss <Ier theologischen \\'i*»en»chaften) op «lit feit grooten nadruk legt. (Zie

aldaar S. 287, SS. 293).

9) De Gereformeerde kerkleer heeft dit bezwaar gevoeld en daarom anders dan de Lnthersche Kerk steeds groot onderscheid gemaakt tusschen den status integritatis en den status gloriae. Adam had vóór den val den hoogsten trap der ontwikkeling nog niet bereikt. Hij was nog niet gekomen tot het non posse peccare, maar slechts tot het posse non peccare.

Al leg ik vooral in het vervolg van mijn betoog grooten nadruk op de gedachte, dat volmaaktheid liet wezen des menschen is, zoo treedt toch de gedachte van de overtreding en niet van den oorspronkelijker) toestand van volkomenheid in het probleem van den val op den voorgrond,

Sluiten