Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Testament voorkomt, dat het goede eisch der wet is, over. Het Oude Testament spreekt nimmer van een zedelijk ideaal door God aan Zijn volk gesteld, naar welks vervulling het zou moeten streven. God eischt, dat Israël al Zijn geboden onmiddellijk zal vervullen. De wet Gods zegt: „doet", niet „tracht"; niet: „icordt", maar „weest heilig".

Deze opvatting is door Jezus met nadruk gehandhaafd. De hoofdsom der wet is voor Hem, dat men God zal liefhebben met geheel het hart en geheel de ziel en geheel het verstand en den naaste als zich zelf.

In de Bergrede verklaart Hij, dat Hij niet gekomen is om wet of profeten te ontbinden, maar te vervullen (Mattli. V 18 en 19; vgl. Luc. XVI: 17).

En zijn eisch aan den mensch in deze zelfde Bergrede is de volmaaktheid. „Weest", niet „wordt volmaakt" zegt hij. Christus kiest hier den meest krassen imperatiefvorm f'oHTÜt. Gij zult volmaakt zijn. Het „weest volmaakt" van Christus is hetzelfde als het „weest heilig" uit de Oud-Testamentische wet').

Het onderwijs van Jezus, implicitê geheel het Oude Testament, bevestigt alzoo de juistheid van de uitspraken van ons zedelijk bewustzijn, dat wij tot alle volmaaktheid gehouden zijn, d. i. dat volkomenheid het wezen des menschen, geen ideaal, maar wet is.

Met welke woorden men dan ook den zedelijken toestand van den eersten mensch beschrijve, is van secundair belang, mits men maar nimmer de waarheid uit het oog verlieze, waarom het in den grond der zaak der kerk met haar leer van den status integritatis en daarbij behoorende iustitia originalis te doen was, dat volkomenheid des menschen wezen is.

') Met grooten nadruk wordt hierop gewezen door Prof. Gunning. Vgl. zijn merkwaardige rede ter opening van zijn lessen in de ethiek Wordt volmaaktheid trapsgewijze verkregen ? Ook in zijn Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap, blz. 2I> en 27 accentueert hij het verschil tusschen „zijt volmaakt", „zijt heilig" en „wordt volmaakt", „wordt heilig'.

Sluiten