Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. GENESIS III.

Wij zijn in de voorafgaande paragraaf tot de slotsom gekomen, dat aan den aanvang van het menschelijk geslacht volkomenheid heeft gestaan, en dat door de verkeerde zelfbepaling des menschen deze volkomenheid niet is gerealiseerd, maar in haar tegenbeeld is omgeslagen.

Zal er nu evenwel van schuld bij den mensch sprake zijn, dan moet deze val des menschen uit de aanvankelijke gemeenschap met God, door een welbewuste daad des menschen hebben plaats gevonden. Er moet overtreding van den wil Gods, waarvan de mensch wist, dat het overtreding was, zijn geweest, anders is er geen zonde in den vollen zin des woords geweest.

De vraag, die ik nu wensch te behandelen, is deze: welke overtreding moeten wij veronderstellen, dat aan den aanvang van het zedelijk wereldproces heeft gestaan?

Bedrieg ik mij niet, dan vinden wij in Gen. III het antwoord op deze vraag.

Gen. III is niet gemakkelijk te verstaan. Prof. Wildeboer zegt er van, dat 't ieder aandachtig bijbellezer opvallen moet, dat Geri. III een zeer onduidelijk verhaal is ').

De moeilijkheden, die hier om een oplossing vragen, zijn inderdaad niet gering en niet klein in aantal.

) Het Oitilr Testament van historisch ilaiulpuiit twt/elirht. Groningen 1908, blz. 17.

Sluiten