Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd niet boom der kennis van het goed of het kwaad, maar boom der kennis van goed en kwaad ').

In de tweede plaats strijden met de opvatting van het verbod als proefgebod de woorden van den tekst.

Er staat toch, dat de mensch door het eten van de vrucht hoopte kennis van goed en kwaad te ontvangen. De vrucht had de geheimzinnige kracht, den mensch deze verborgen kennis mede te deelen. De vrucht was om verstandig te maken ftpscrrè).

In de derde plaats is een bezwaar de parallelie, waarin de boom der kennis wordt geplaatst met den boom des levens. De vrucht van den boom des levens schonk leven. De vrucht van den boom des kennis schonk kennis. En gelijk met den boom des levens zoo wordt de boom der kennis met alle boomen des hofs als „begeerlijk voor het gezicht en goed tot spijze" op een lijn gesteld 2).

De ondubbelzinnige bedoeling van den schrijver van Gen. 111 is geweest, dat er in den hof van Eden een boom stond, welks vrucht den mensch kennis zou geven van goed en kwaad, en dat deze vrucht den mensch verboden was.

Doch deze gedachte is een geheel andere dan die, welke aan het proefgebod ten grondslag ligt. Bij het proefgebod komt de inhoud van het gebod in het geheel niet in aanmerking. God had den mensch even goed kunnen verbieden, een steen niet aan te raken, een bepaald gedeelte van den hof niet te betreden of wat ook.

Maar in Gen. III is de inhoud van het gebod in het geheel geen onverschillige zaak. De inhoud treedt daarentegen beslist op den voorgrond.

Geen andere opvatting lijkt mij daarom mogelijk, dan de reeds door Wellhausen voorgeslagene, om nl. goed en kwaad niet in zedelijken, maar in praktischen zin te nemen. God

') Vgl. Wellhausen, Prolegomena, S. 301 en 30(j.

') Dit alles i.s te vinden in het artikel van Prof. Valeton over .len hof van Eden in de Studiën VII, blz. 309 vlgg.

Sluiten