Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kwade, klaar bewust van wat daar woelt op den bodem der ziel.

Zonde wordt in de diepte van het menschelijk bewustzijn geboren, ik zeg niet in de sfeer van het onbewuste — want dan zou er van geen zonde sprake kunnen zyn — maar wel in de sfeer van het halfbewuste.

In de verloochening werd Petrus zich klaar bewust van zijn eigenliefde, waardoor hij geen vrede hebben kon met het woord des Heeren, dat de discipelen hem op den lijdensweg niet volgen konden (Joh. XIII: 36-38). Deze eigenliefde, welke het niet verdragen kon, dat hij, Petrus, Jezus niet volgen kon, en die hem eigenzinnig maakte, zoodat hij tegen het woord des Heeren in beloofde, dat hij Hem volgen zou, was de oorzaak van zijn smadelijke verloochening. De verloochening was de uitlooper van het verborgen kwaad, dat i eeds gedurende het paaschmaal in hem geboren was.

Zoo gaat het altijd met den mensch. In de diepten van zijn hart ontstaat het kwaad, eerst later wordt hij zich klaarlijk bewust van die verborgen boosheid, als deze uitbreekt in de booze daad, die in de sfeer van het klaar bewuste leven geschiedt.

Zoo is het ook gegaan met den; eersten mensch. Hij emancipeert zich van God. Hij valt. Na den val komt de zondige daad, in casu de zinnelijke lust.

Zoo ook wordt de mensch in voortgaande overtredingen zich eerst van dien diepverkeerden levensstand bewust, en daar de volheid van des menschen wezen, als zijnde niet alleen een persoonlijk, maar ook een soortelijk wezen, zich slechts in duizend individueele levens kan openbaren, zal de menschheid zich slechts van de zonde, die aan den aanvang van het menschelijk geslacht staat, door de millioenen overtredingen, die door Adams nakomelingschap zullen worden volbracht, bewust worden. De nadere ontwikkeling van deze gedachte moet ik evenwel tot de laatste paragraaf bewaren, wanneer ik over de gevolgen der overtreding van Adam hoop te spreken.

Sluiten