Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo geeft ons Gen. III het antwoord op de vraag, welke de eerste zonde des menschen is geweest.

Daar staat de mensch als koning over al het geschapene, maar daar ontwaakt in hem de begeerte om hooger te grijpen. Hij wil zijn als God, hij wil zijn eigen God zijn, hij strekt de hand uit naar den verboden boom der kennis des goeds en des kwaads.

Eerste zonde des menschen is dus hoogmoed, begeerte des menschen om te zijn als God, om middelpunt te zijn, emancipatie van God, een begeerte, die omslaat in zinnelijke begeerlijkheid en aldus tot klaar bewuste zonde en overtreding wordt, en die zich voortzet en voltooit in de millioenenvoudige overtredingen van het uit Adam geboren geslacht.

Gaat men in dezen niet met mij mede, meent men, dat ik de gedachte van Gen. III niet juist heb geïnterpreteerd, meent men, dat de eerste overtreding een andere is geweest, dit is van minder beteekenis, indien men maar vasthoudt, dat er een eerste zonde is geweest, die de bron is van alle volgende overtredingen. Want deze gedachte kan alleen verklaring geven èn van onzen eigenaardigen zedelijken toestand én van het verlossingswerk door Christus gebracht.

De val des menschen is de noodzakelijke veronderstelling van geheel het Christendom.

Wie dezen steen loswoelt, heeft daarmede in beginsel een verklaring van geheel ons Christelijk bewustzijn onmogelijk gemaakt.

In een volgende paragraaf, waar ik over de gevolgen van Adarns zonde zal spreken, hoop ik dit nader aan te toonen. Doch eerst moet nog een andere kwestie worden behandeld en wel deze, of de val van Adam en Eva nog nader kan worden verklaard.

Dit zal het onderwerp uitmaken van de volgende paragraaf.

Sluiten