Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het stoffelijke en het geschapene dus in God, dun Schepper.

Bovendien wordt deze opvatting nog door een bezwaar gedrukt. Indien de mensch innerlijk en wezenlijk een geestelijk wezen is, dan is het geestelijke zoo oneindig meer dan al het zinnelijke, dat het zinnelijke nimmer over het geestelijke heeischen kan. Christus heeft het overwicht van het geestelijke boven het zinnelijke eens voorgoed uitgesproken in het bekende woord, dat, wanneer iemand, die een geloof had als een mosterdzaadje, tot een berg zou zeggen: word opgeheven en in de zee geworpen, de berg hem zou gehoorzamen. Een korreltje geloof is meer dan een berg zinnelijkheid !

Wanneer de uitwendige wereld overmacht over den mensch verkrijgt, kan hiervoor geen andere oorzaak bestaan, dan dat de innerlijke kracht van het geestelijke gebroken is. Door de zonde gaat het naar zinnelijkheid, en niet door de zinnelijkheid tot zonde.

Daar moet een andere reden zijn, waarom de mensch God losgelaten en gezondigd heeft. Die reden ligt in de verleiding des duivels.

Ik ben mij bewust, daarmede in zekeren zin niets gewonnen te hebben, ik heb met deze verklaring het vraagstuk eenvoudig verplaatst. Want de vraag blijft onbeantwoord: Van waar de duivel? Een booze God naast een goeden God kan hij, dat spreekt wel vanzelf, niet zijn. Ware er een kwade God naast een goeden God, dan zou het kwade evenveel recht van bestaan hebben als het goede, terwijl, naar de ontwijfelbare uitspraken van ons zedelijk bewustzijn, het kwade juist datgene is, wat er niet zijn mag. Een schepsel moet de duivel dus zijn, een schepsel, dat, goed geschapen, door eigen schuld slecht geworden is. Maar hoe dit is geschied, is ons onbekend. Wij kunnen ons daarvan niet eenmaal een voorstelling maken. Wij menschen kennen alleen wat menschelijk is, wat menschelijke vormen en verhoudingen aanneemt. Wat daar buiten valt, is voor ons ondoorgiondelijk. Van een kwaad, dat anders is ontstaan dan onze

Sluiten