Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen zonden, kunnen wij ons geen voorstelling maken. Wij doen daarom het best, niet over het ontstaan des duivels te phantaseeren. De duivel is voor ons de groote onbekende.

Toch is het bestaan des duivels voor ons niet geheel onbegrijpelijk. Logisch onmogelijk is zijn bestaan althans niet.

Alle zedelijk leven veronderstelt altijd de mogelijkheid van het niet-zedelijke. Immers is het zedelijke niet dat, wat er zijn moet, omdat het niet anders kan, maar dat, wat er zijn wil, omdat de drager van het zedelijk leven het aldus wil. Het zedelijke is het zich zelf bepalende.

Hiermede is de mogelijkheid van het ontstaan van het kwade in de zedelijke wereld gegeven. Het goede kan kwaad worden. Wij mogen dus nimmer zeggen, dat de Booze er niet zijn kan. Wanneer buiten onze planeet nog andere zedelijke schepselen zijn, wanneer de mensch niet het eenige zedelijke wezen is in het heelal, dan is er niets ongerijmds in te veronderstellen, dat het kwade ook buiten deze wereld is ontstaan.

Nu is er geen enkele^ reden , het bestaan van zedelijke wezens tot deze onze wereld te beperken.

Vooral niet sinds het astronomisch standpunt van 1'tolemaeus plaats gemaakt heeft voor dat van Oopernicus en wij dus weten, dat de mensch geen middelpunt van het heelal is. Loochening van het bestaan van den duivel is de dwaling van Ptolemaeus overgebracht op de zedelijke wereld.

Mogelijk is dus het bestaan van den Booze.

Nu zouden wij ons ten bewijze van zijn bestaan op onze eigen ervaring of op de schrikkelijke openbaringen van het kwade, die wij op deze wereld aanschouwen, kunnen beroepen.

Doch dit wil ik niet doen. Liever wijs ik op een feit, dat van meer beteekenis is dan dit en wel hierop, dat Jezus aan het bestaan van booze, buiten-wereldlijke machten geloofd heeft.

Het is eenvoudig een onmogelijkheid, het bestaan van den Booze als een buitenwereldlijke persoonlijke macht uit het onderwijs van Jezus te elimineeren. Op allerlei manieren,

Sluiten