Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geestelijke is verschenen, dut de ziel in het lichaam woont als een mensch in een huis, maar dat het stoffelijke geestelijk geworden is. In den mensch wordt de natuur zich bewust van haar bestaan. De mensch is bewuste natuur. In den mensch denkt, voelt, handelt de natuur. Het diepzinnige woord uit Gen. II: 7 is, ontdaan van zyn primitieven vorm volkomen waar: „En de Heere God had den mensch geformeerd uit het stof der aarde en in zyn neusgaten geblazen den adem des levens, alzoo werd de mensch tot een levende ziel." Hier wordt de mensch uit het stof der aarde tot een levende ziel door de inblazing Gods. Stof wordt ziel. In den grond der zaak is deze beschouwing juist, al zullen wij haar in den vorm, waarin zij hier in Genesis, waar alle tusschenschakels worden overgesprongen, wordt gevonden, niet kunnen overnemen. Door God is dus de opklimming van stof tot geest volbracht. Indien wij nu mogen uitgaan van de waar-

Nog één opmerking zij het mij vergund, hieraan toe te voegen. Op die punten, waar wij den overgang van de eene sfeer naar de andere hebben, van het anorganische naar het organische, van het onbewuste naar het bewuste, van het dierlijke naar het inenschelijke, is (iod onmiddellijk werkende. Hier hebben wij met een transscendente daad van Zijn wil te doen. Hier zal de wetenschap te vergeefs naar een oorzaak zoeken. De ontwikkeling in de eenmaal door Ood gestelde levenssfeer evenwel geschiedt ook wel door <iod, maar langs immanente wetten. Hier vindt de wetenschap haar taak. Doch ook daar, waar wij met een onmiddellijke daad (Jods in de schepping te doen hebben, houdt deze verband met het voorafgaande. Iedere voorgaande schepping* periode is uitgangspunt voor een volgende.

') De vraag, waar voor de wording des menschen alles op neerkomt, is deze: of het mogelyk is, door chemische invloeden het bevruchte ei tot ontwikkeling te brengen. Veronderstel, dat dit ooit zou gelukken, dan zou liet bewijs voor de waarheid van het traducianisme gegeven zijn. Niemand zal zulk een proef wel ooit mogelijk achten. Doch liet is de vraag, of liet ooit gelukken zal, een stap nader terug te gaan dan nu en een vrucht van vier maanden b. v. in het leven te houden en tot ontwikkeling te brengen. Iedere stap op dien weg terug is een bewijs voor het traducianisme.

Sluiten