Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer terug te zinken naar den afgrond, waaruit het voortgekomen was.

Omdat de levensbasis nu buiten God ligt, is een normale ontwikkeling van het leven der menschheid onmogelyk. Geen enkel individu, dat op deze levensbasis omhoog ryst, is bij machte, tot normale ontwikkeling te komen. In het diepst zyns levens leeft en loert de fatale macht der zonde, die het aangrijpt en naar beneden trekt.

In zekeren zin herhaalt zich dus de geschiedenis van Adam in iederen mensch !), maar met dit groote verschil, dat, waar by Adam was een possc non peccare, dit by den uit hem geboren mensch niet meer het geval is. Adams nakomelingen kunnen niet meer niet-zondigen. Het posse non peccare is geworden tot een non posse non peccare. Alle Pelagianisme, dat van een vrijen wil van den natuurlijken mensch ten goede spreekt, is in strijd met de waarheid van den val. Het Pelagianisme is individualistisch. Het ontkent, dat de ontwikkeling der menschheid in Adam plaats vindt. Het ontkent den ernst der zonde, omdat het niet begrypt, dat één zonde de menschheid in beslist contrast met God heeft geplaatst.

Toch is naar de door mij voorgedragen beschouwing met Adams overtreding niet alles voor den enkelen mensch afgeloopen. De individueele mensch zondigt op grond van Adams zonde. Adams zonde of liever het oordeel Gods, dat sinds Adams overtreding op de wereld ligt, is oorzaak, dat de individueele mensch zondigt. Zondigende eigenen wij ons Adams zonde toe. Zondigende wordt Adams overtreding onze overtreding. Als soortelijk wezen verkeert ieder mensch in den levenstoestand van den eersten mensch, als individueel wezen maakt hy den toestand, waarin de soort verkeert, tot zyn eigen levenstoestand door te zondigen. Nu bedenke men wel, dat het leven van den eersten mensch in de uit hem geboren individueele levens eerst tot volle ontwikkeling komt.

') Dat l'aulus do herhaling van Adams geschiedenis iu iederen mensch leert, toonde ik aan in mijn Rechtvaardigmakhtg, hl*. TM vlgg.

\

Sluiten