Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn niet sommigen, maar zijn allen met God verzoend ').

Zoolang men aan deze verlossing uit de ellende persoonlijk geen deel heeft, zal men nooit het lijden door de schuld van anderen kunnen billijken. Kent men het kruis van Christus niet, dan zal men Gods rechtvaardigheid in Zijn leidingen met de menschen onmogelijk kunnen erkennen.

Nog wil ik ten slotte aanwijzen, hoe alleen de waardeering van Adams overtreding, zooals Paulus die in Rom. V : 12 naai mijne opvatting geeft, een bevredigende oplossing schenkt van het vraagstuk, hoe Christus' dood ons met God kan verzoenen.

Immers is dit Paulus' gedachte, dat één overtreding, en de uit die overtreding resulteerende schuld, oorzaak is van alle individueele overtredingen.

Nu bedenke men wel, dat door de zonde van Adams nakomelingschap de zonde van Adam wordt voortgezet en tot haar hoogste ontwikkeling wordt gebracht. Steeds grooter wordt de macht der zonde. Eindelijk bereikt in de kruisiging van Christus die overtreding haar hoogtepunt. Hier is de zonde uit de verborgen diepte van het menschelijk leven tot den uitersten omtrek toe voortgeschreden. Hier is, om Paulus' woorden te gebruiken, de misdaad volgroeid. (Rom. V : 20).

Dit oordeel over de volkomen openbaring der zonde is door

) Alleenlijk men vatte dit weer niet individualistisch op. Onze levensbasis is sinds Christus dood in < iod. Op grond van deze verzoening der wereld niet (iod, kan de individueele verzoening des menschen plaats vinden. Ik kan deze gedachte hier niet in bijzonderheden uitwerken. De Gereformeerden, die, van geen wereldverzoening willende weten, individualistisch van een Christus alleen pro electis spreken, dwalen evenzeer als de methodisten, die even individualistisch van een Christus pro omnibus spreken. Individueel is niemand door Christus dood met God verzoend. Alleen door toepassing van het werk van Christus door den H. G. krijgt men deel aan dit verzoeningswerk, al is voor allen de grondslag van deze verzoening in Christus gelegd. Ook hier als in de hainartiologie is de groote fout, dat men den mensch niet kent en waardeert als soortelijk èn als individueel wezen. (vlg. 2 Cor. V •' 18 vlgg.)

Sluiten